Dutch Legislation

Article 173

in force

Supervision, enforcement and other tasks of the supervisory authority · § Enforcement

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 7 · § 7.4 · In force since 2013-01-01

Source
1.

At the request of the supervisory authority, the Enterprise Chamber of the Amsterdam Court of Appeal may appoint an administrator (bewindvoerder) over a pension fund, if:

a.

a pension fund demonstrates such mismanagement that the interests of the persons entitled to pension claims and the pension beneficiaries require an immediate measure; or

b.

the board has ceased to exist.

2.

The supervisor shall submit its petition for the appointment of an administrator in duplicate. The registrar shall forward a copy of the petition to the pension fund without delay.

3.

If the Enterprise Chamber (ondernemingskamer) grants the petition, it shall determine the duration for which the administrator (bewindvoerder) is appointed. It may extend or shorten this duration at the petition of the supervisor or the administrator. The Enterprise Chamber shall award the administrator a remuneration to be borne by:

a.

the pension fund or, where the financial circumstances of the pension fund do not permit this;

b.

the employer or, where the financial circumstances of the employer do not permit this;

c.

the supervisor

4.

The administrator shall take the place of the board or of one or more members of the board of the pension fund designated by the Enterprise Chamber.

5.

Provisional enforceability of the order for the appointment of an administrator may be ordered if the petition to that effect has been made on one of the grounds mentioned in paragraph 1, subparagraphs (a) and (b).

1.

Op verzoek van de toezichthouder kan de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam over een pensioenfonds een bewindvoerder aanstellen, indien:

a.

een pensioenfonds blijk geeft van een zodanig wanbeleid dat de belangen van de aanspraak- en pensioengerechtigden een onmiddellijke voorziening vereisen; of

b.

het bestuur is komen te ontbreken.

2.

De toezichthouder dient zijn verzoekschrift tot aanstelling van een bewindvoerder in tweevoud in. De griffier doet een exemplaar van het verzoekschrift onverwijld aan het pensioenfonds toekomen.

3.

Indien de ondernemingskamer het verzoek toewijst, bepaalt zij de duur waarvoor de bewindvoerder wordt aangesteld. Zij kan deze duur op verzoek van de toezichthouder of van de bewindvoerder verlengen dan wel verkorten. De ondernemingskamer kent de bewindvoerder een bezoldiging toe ten laste van:

a.

het pensioenfonds of, wanneer de financiële omstandigheden van het pensioenfonds dit niet toestaan;

b.

de werkgever of, wanneer de financiële omstandigheden van de werkgever dit niet toestaan;

c.

de toezichthouder.

4.

De bewindvoerder treedt in de plaats van het bestuur of een of meerdere door de ondernemingskamer aangewezen leden van het bestuur van het pensioenfonds.

5.

De voorlopige tenuitvoerlegging van de beschikking tot aanstelling van een bewindvoerder kan worden bevolen, indien het verzoek daartoe is gedaan op een van de gronden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b.