Dutch Legislation

Article 150l

in force

Specific regulations during the transition period · § Authority of the pension fund regarding collective value transfer and the application of assets

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 6b · § 6b.5 · In force since 2023-07-01

Source
1.

The manner in which accrued pension entitlements and pension rights as referred to in Article 150d, paragraph 2, subparagraph (b), are handled implies for pension funds that, following the collective amendment of the pension agreements by means of collective transfer of value, the value of the pension entitlements and pension rights shall be applied by the pension fund in accordance with the amended pension agreements, unless this would be disproportionately unfavourable to participants, former participants, other persons entitled to entitlements, pensioners or the employer.

2.

The decision of the employer not to petition (verzoeken) the pension fund to proceed with a collective transfer of value must be balanced, and all relevant interests must have been taken into account. The substantiation of this decision shall be included in the transition plan.

3.

The pension fund shall notify the employer whether the analysis and the substantiation for waiving the collective transfer of value are shared and shall inform the accountability body, the stakeholder body or the supervisory board.

4.

If the employer submits a petition for a collective transfer of value, the pension fund shall only reject the petition of the employer if:

a.

there is a conflict with statutory provisions;

b.

the effects of the proposed amendments with regard to the pension as a whole would lead to an unbalanced disadvantage for participants, former participants, other persons entitled to pension claims, or pension beneficiaries; or

c.

the transfer of value is not feasible within the limits of sound and ethical business operations.

5.

In the case of the collective transfer of value referred to in this Article, Article 150m shall apply, notwithstanding Articles 20 and 83.

6.

If the amendment of the pension agreements means that a pension fund transitions from the execution of a pension agreement that has the character of a defined benefit agreement (uitkeringsovereenkomst) as referred to in Article 1, as that Article read on the day preceding the date of entry into force of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), to the execution of a flexible contribution agreement (flexibele premieovereenkomst), the pension fund shall, within one year after the collective transfer of value referred to in Article 150m, present pensioners with a choice between a fixed or variable benefit. In deviation from Article 70, paragraph 3, Article 80 shall apply mutatis mutandis. Articles 44a, 47a, 47b, 47c and 63b shall apply mutatis mutandis.

7.

Insofar as a pension fund does not proceed with a collective transfer of value as referred to in Article 150m, the pension entitlements and pension rights arising from the pension agreements as they read prior to the amendment of these pension agreements shall be designated as a separate financial entity. Article 125a shall apply mutatis mutandis.

8.

Rules may be set by or pursuant to an Order in Council (algemene maatregel van bestuur) with respect to this Article.

1.

De wijze waarop wordt omgegaan met opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten als bedoeld in artikel 150d, tweede lid, onderdeel b, houdt voor pensioenfondsen in dat na de collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten door collectieve waardeoverdracht de waarde van de pensioenaanspraken en pensioenrechten wordt aangewend bij het pensioenfonds overeenkomstig de gewijzigde pensioenovereenkomsten, tenzij dit onevenredig ongunstig zou zijn voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden, pensioengerechtigden of de werkgever.

2.

Het besluit van de werkgever om het pensioenfonds niet te verzoeken over te gaan tot collectieve waardeoverdracht moet evenwichtig zijn en alle relevante belangen moeten in acht zijn genomen. De onderbouwing van dit besluit wordt opgenomen in het transitieplan.

3.

Het pensioenfonds meldt de werkgever of de analyse en de onderbouwing voor het afzien van collectieve waardeoverdracht wordt gedeeld en informeert het verantwoordingsorgaan, het belanghebbendenorgaan of de raad van toezicht.

4.

Indien de werkgever een verzoek tot collectieve waardeoverdracht doet, wijst het pensioenfonds het verzoek van de werkgever alleen af indien:

a.

sprake is van strijd met wettelijke voorschriften;

b.

de effecten van de voorgenomen wijzigingen ten aanzien van het pensioen als geheel tot onevenwichtig nadeel zou leiden voor deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden of pensioengerechtigden; of

c.

de waardeoverdracht niet uitvoerbaar is binnen de grenzen van een beheerste en integere bedrijfsvoering.

5.

Bij de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in dit artikel, is, in afwijking van de artikelen 20 en 83, artikel 150m van toepassing.

6.

Indien de wijziging van de pensioenovereenkomsten betekent dat een pensioenfonds overgaat van uitvoering van een pensioenovereenkomst die het karakter heeft van een uitkeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, naar uitvoering van een flexibele premieovereenkomst, legt het pensioenfonds binnen een jaar na de collectieve waardeoverdracht, bedoeld in artikel 150m, gepensioneerden de keuze voor tussen een vastgestelde of variabele uitkering. In afwijking van artikel 70, derde lid, is artikel 80 van overeenkomstige toepassing. De artikelen 44a, 47a, 47b, 47c en 63b zijn van overeenkomstige toepassing.

7.

Voor zover een pensioenfonds niet overgaat tot een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m, worden de pensioenaanspraken en pensioenrechten die voortvloeien uit de pensioenovereenkomsten zoals die luidden voor de wijziging van deze pensioenovereenkomsten aangemerkt als een te onderscheiden financieel geheel. Artikel 125a is van overeenkomstige toepassing.

8.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.