Article 66
in forceGeneral provisions regarding the pension provider
The pension provider has the right, at the commencement of the old-age pension, to commute a claim to an old-age pension and other claims for the benefit of the pensioner or his surviving relatives, if:
the payment of the old-age pension on the commencement date amounts to less than € 632.63 per year; and
the pensioner does not object to the buy-out if the participation ended before 1 January 2007, or the pensioner consents to the buy-out if the participation ended on or after 1 January 2007.
The pension provider has the right to commute pension entitlements of a former participant, if:
on the basis of the accrued entitlement to old-age pension at the time of termination of participation, the old-age pension benefit on an annual basis on the regular commencement date, assessed as of 1 January of that year, will be less than the amount referred to in paragraph 1, point (a);
the former participant does not object to the buy-out if the participation ended before 1 January 2007, or the former participant consents to the buy-out if the participation ended on or after 1 January 2007; and
in case the participation has ended as of 1 January 2018, the pension provider, after termination of the participation, has attempted at least five times without success to transfer the transfer value of the pension entitlements of a former participant as referred to in Article 70a and, after the termination of the participation or, if the participation ended between 1 January 2018 and 1 January 2019, after 1 January 2019, at least five years have elapsed.
Without prejudice to paragraphs 1 and 2, the pension provider has the right to a buy-out if:
there is a termination of the accrual of pension entitlements with the pension provider;
the first or second paragraph is complied with, on the understanding that instead of termination of the participation, termination of the acquisition shall be read; and
there is no pension entitlement with an insurer in the form of a fixed benefit as from the pension date.
The pension provider wishing to exercise the right referred to in the first paragraph shall inform the pensioner of its decision thereto prior to the commencement of the pension and shall proceed to pay the commutation value within six months after the commencement of the pension. This paragraph shall apply mutatis mutandis to commutation upon the commencement of the old-age pension pursuant to the third paragraph.
The pension provider shall make the commutation value available to the pensioner or the former participant, with the exception of the commutation value of a special partner pension, which shall be made available to the former partner.
The pension provider shall pay the benefit on the day that the entitlements or rights lapse in connection with the buy-out.
The amount referred to in paragraph 1, subparagraph (a), shall be adjusted as of 1 January of each year on the basis of the consumer price index for All Households, as calculated by Statistics Netherlands (Centraal Bureau voor de Statistiek). The adjustment shall be determined by the percentage change in that index figure for the month of October preceding the adjustment compared to the month of October of the preceding year. The adjusted amount shall be announced by or on behalf of Our Minister in the Government Gazette (Staatscourant).
The pension provider shall ensure, when determining the surrender value by establishing a surrender rate, that no distinction is made between men and women, whereby the requirement of collective actuarial equivalence is met.
Any clause contrary to this article is void.
If the pension provider intends to commute the pension on or after the regular commencement date of the old-age pension, and the moment at which the pension provider intends to commute occurs on or before the date on which the old-age pension commences pursuant to the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet), the person concerned has the right to elect that the old-age pension to which the commutation relates shall commence on the first day of the month following the date on which the old-age pension commences pursuant to the General Old Age Pensions Act. The pension provider shall commute at the moment the old-age pension to which the commutation relates commences. Article 62, paragraph 1, shall apply mutatis mutandis.
Further rules may be established by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) regarding the determination of the surrender value.
De pensioenuitvoerder heeft het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien:
de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 632,63 per jaar; en
de gepensioneerde geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gepensioneerde instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007.
De pensioenuitvoerder heeft het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien:
op basis van de tot het tijdstip van beëindiging van de deelneming opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum, getoetst per 1 januari van dat jaar, minder zal bedragen dan het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag;
de gewezen deelnemer geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gewezen deelnemer instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007; en
in geval de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2018, de pensioenuitvoerder na beëindiging van de deelneming ten minste vijf maal tevergeefs heeft gepoogd de overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer over te dragen als bedoeld in artikel 70a en na de beëindiging van de deelneming of, indien de deelneming is geëindigd tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, na 1 januari 2019, ten minste vijf jaar is verstreken.
Onverminderd het eerste en tweede lid, heeft de pensioenuitvoerder het recht tot afkoop indien:
er sprake is van beëindiging van de verwerving van pensioenaanspraken bij de pensioenuitvoerder;
wordt voldaan aan het eerste of tweede lid, met dien verstande dat in plaats van beëindiging van de deelneming wordt gelezen beëindiging van de verwerving; en
geen sprake is van een pensioenaanspraak bij een verzekeraar in de vorm van een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum.
De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gepensioneerde over zijn besluit hierover voor de ingang van het pensioen en gaat over tot uitbetaling van de afkoopwaarde binnen zes maanden na de ingang van het pensioen. Dit lid is van overeenkomstige toepassing bij afkoop bij ingang van het ouderdomspensioen op grond van het derde lid.
De pensioenuitvoerder stelt de afkoopwaarde ter beschikking aan de gepensioneerde dan wel de gewezen deelnemer, met uitzondering van de afkoopwaarde van een bijzonder partnerpensioen, die ter beschikking wordt gesteld aan de gewezen partner.
De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering op de dag dat de aanspraken of rechten vervallen in verband met de afkoop.
Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister meegedeeld in de Staatscourant.
De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid.
Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
Indien de pensioenuitvoerder wil afkopen op of na de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het moment waarop de pensioenuitvoerder wil afkopen ligt voor of op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat, dan heeft de betrokkene het recht ervoor te kiezen dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft, ingaat op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat. De pensioenuitvoerder koopt af op het moment dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft ingaat. Artikel 62, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het vaststellen van de afkoopwaarde.