Dutch Legislation

Article 63a

in force

General provisions regarding the pension provider · § Disposition of pension

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 4 · § 4.3 · In force since 2023-07-01

Source
1.

Without prejudice to Article 63, the amount of a variable benefit after the commencement date of the pension may vary due to the processing of financial windfalls or setbacks resulting from the investment risk, the development of the mortality result, or the development of life expectancy.

2.

The amount of a variable benefit in a flexible contribution agreement or a contribution-benefit agreement may also vary due to a periodic fixed decrease or fixed increase of the benefit, established at the latest on the commencement date of the pension. The periodic fixed decrease shall amount to at most 35% of the difference between the parameter for equity returns and the risk-free interest rate on the commencement date of the pension and shall not be higher than is consistent with the investment policy.

3.

The amount of a variable benefit in a solidary contribution agreement may also vary by incorporating a projected return on the assets intended for pension that is higher or lower than the risk-free interest rate. The application of the projected return shall be established per scheme, at the latest on the commencement date of the pension, and shall apply to all pensioners. For the projected return, a risk premium may be assumed amounting to a maximum of 35% of the difference between the parameter for equity returns and the risk-free interest rate on the commencement date of the pension. The projected return shall therein not be higher than is consistent with the investment policy and the allocation rules for pensioners.

4.

The periodic fixed reduction or the projected return is designed in such a manner that no redistribution effects occur beforehand.

5.

When applying a collective allocation mechanism, the financial result shall be determined and processed at the level of the allocation circle at least once a year. In a collective allocation mechanism, a spreading period of a maximum of ten years may be applied. During the spreading period, only the benefits and entitlements of the persons belonging to the allocation circle at the start of the spreading period shall be adjusted in equal steps. When determining the amount of the annual adjustment, the expected remaining life expectancy of the allocation circle shall be taken into account.

6.

In the application of a collective allocation mechanism for investment risk, the projection rate shall be based on the risk-free interest rate.

7.

In the processing of financial windfalls or setbacks by means of individual allocation in the flexible contribution agreement or the contribution-payment agreement, the projection rate shall be based on the risk-free interest rate. In the case of individual allocation, the financial result shall be determined and processed at least once a year, whereby a spreading period of a maximum of ten years may be applied. In determining the extent of the periodic adjustment of the benefit level during the spreading period, the expected remaining life expectancy of the pension beneficiary shall be taken into account.

8.

Upon application of allocation rules in the solidary contribution agreement, the financial result shall be determined and processed at least once a year, whereby a spreading period of a maximum of ten years may be applied in the assets intended for the pension benefit. In the processing of the financial result, the projected return or the allocation of returns may be adjusted insofar as this is necessary to achieve equal adjustments of the pension benefits.

9.

Further rules shall be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) regarding this Article, concerning, inter alia, the fixed reduction and the projected return.

1.

Onverminderd artikel 63 kan de hoogte van een variabele uitkering na de ingangsdatum van het pensioen variëren door de verwerking van financiële mee- of tegenvallers als gevolg van het beleggingsrisico, de ontwikkeling van het sterfteresultaat of de ontwikkeling van de levensverwachting.

2.

De hoogte van een variabele uitkering in een flexibele premieovereenkomst of een premie-uitkeringsovereenkomst kan ook variëren door een, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen vastgestelde, periodieke vaste daling of vaste stijging van de uitkering. De periodieke vaste daling bedraagt ten hoogste 35% van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen en is niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid.

3.

De hoogte van een variabele uitkering in een solidaire premieovereenkomst kan ook variëren door inrekenen van een projectierendement op het voor pensioen bestemde vermogen dat hoger of lager is dan de risicovrije rente. Het toepassen van het projectierendement wordt per regeling, uiterlijk op de ingangsdatum van het pensioen, vastgesteld en is van toepassing op alle pensioengerechtigden. Voor het projectierendement mag ten hoogste worden uitgegaan van een risicopremie die 35% bedraagt van het verschil tussen de parameter voor aandelenrendement en de risicovrije rente op de ingangsdatum van het pensioen. Het projectierendement is daarbij niet hoger dan consistent met het beleggingsbeleid en de toedelingsregels voor pensioengerechtigden.

4.

De periodieke vaste daling of het projectierendement is zodanig vormgegeven dat er op voorhand geen herverdelingseffecten plaatsvinden.

5.

Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme wordt ten minste een maal per jaar op het niveau van de toedelingskring het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt. Bij een collectief toedelingsmechanisme kan een spreidingsperiode worden gehanteerd van maximaal tien jaar. Gedurende de spreidingsperiode worden uitsluitend de uitkeringen en aanspraken van de bij aanvang van de spreidingsperiode tot de toedelingskring behorende personen in gelijke stappen aangepast. Bij de vaststelling van de hoogte van de jaarlijkse aanpassing wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de toedelingskring.

6.

Bij toepassing van een collectief toedelingsmechanisme voor het beleggingsrisico wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente.

7.

Bij verwerking van financiële mee- of tegenvallers door middel van individuele toedeling in de flexibele premieovereenkomst of de premie-uitkeringsovereenkomst wordt de projectierente gebaseerd op de risicovrije rente. Bij individuele toedeling wordt ten minste een maal per jaar het financiële resultaat vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode van maximaal tien jaar kan worden gehanteerd. Bij de vaststelling van de omvang van de periodieke aanpassing van de uitkeringshoogte gedurende de spreidingsperiode wordt rekening gehouden met de verwachte resterende levensverwachting van de pensioengerechtigde.

8.

Bij toepassing van toedelingsregels in de solidaire premieovereenkomst wordt het financiële resultaat ten minste een maal per jaar vastgesteld en verwerkt, waarbij een spreidingsperiode kan worden gehanteerd van maximaal tien jaar in het voor de pensioenuitkering bestemd vermogen. Bij de verwerking van het financiële resultaat kunnen het projectierendement of de toedeling van rendementen worden aangepast voor zover dat nodig is om gelijke aanpassingen van de pensioenuitkeringen te realiseren.

9.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over dit artikel over onder meer de vaste daling en het projectierendement.