Article 8i
in forceOur Minister shall not grant more exemptions from the prohibition on the cultivation of hemp than is necessary for the purposes referred to in Article 8h and for the breeding of hemp.
An exemption from the prohibition on the cultivation of hemp, or on the processing, preparation, or transport of hemp, hashish, and hemp oil for the purposes referred to in Article 8h, shall only be granted to the person with whom Our Minister enters into an agreement regarding the performance of such acts.
An agreement as referred to in the second paragraph shall terminate by operation of law as of the date on which the exemption granted to the counterparty is revoked or expires.
In an agreement as referred to in the second paragraph, it shall in any event be stipulated that the counterparty of Our Minister shall sell and deliver the cultivated hemp exclusively to him within four months after harvesting and shall destroy any surplus hemp.
Our Minister is exclusively authorised, to the exclusion of others, regarding hemp, hashish and hemp oil:
to bring within or outside the territory of the Netherlands;
to sell and to deliver;
to have in one's possession, with the exception of the stocks managed by those who have been granted an exemption to cultivate, process, or manufacture these substances.
The fifth paragraph shall not apply insofar as the use of hemp, hashish or hemp oil has been designated pursuant to Article 3c, first paragraph.
Onze Minister verleent niet meer ontheffingen van het verbod tot teelt van hennep dan nodig is voor de in artikel 8h bedoelde doeleinden en voor de veredeling van hennep.
Een ontheffing van het verbod op het telen van hennep dan wel tot het verwerken, bewerken of vervoeren van hennep, hasjiesj en hennepolie voor de in artikel 8h genoemde doeleinden, wordt slechts verleend aan degene met wie Onze Minister ter zake een overeenkomst tot het verrichten van zodanige handelingen aangaat.
Een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid eindigt van rechtswege met ingang van de datum waarop de aan de wederpartij verleende ontheffing wordt ingetrokken of vervalt.
In een overeenkomst als bedoeld in het tweede lid, wordt in elk geval bepaald dat de wederpartij van Onze Minister de geteelde hennep binnen vier maanden na het oogsten uitsluitend aan hem verkoopt en aflevert en de overtollige hennep vernietigt.
Onze Minister is met uitsluiting van anderen bevoegd hennep, hasjiesj en hennepolie:
binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen;
te verkopen en af te leveren;
aanwezig te hebben, met uitzondering van de voorraden die worden beheerd door degenen die ontheffing hebben deze middelen te telen, te bewerken of te verwerken.
Het vijfde lid is niet van toepassing voor zover toepassingen van hennep, hasjiesj of hennepolie krachtens artikel 3c, eerste lid, zijn aangewezen.