Dutch Legislation

Article 3a

in force

Opium Act · In force since 2018-10-24

Source
1.

Substances shall be added to List I or List II belonging to this Act by Order in Council if they are brought under the scope of the Single Convention or the Psychotropic Substances Convention or if, by virtue of the obligation arising from Framework Decision 2004/757/JHA or Decision 2005/387/JHA, they must be brought under the scope of this Act. Substances may be removed from List I or II by Order in Council if they are withdrawn from the scope of the conventions referred to in the first sentence or if the obligation referred to in that sentence by virtue of Framework Decision 2004/757/JHA or Decision 2005/387/JHA ceases to apply.

2.

Substances may be added to List I or List II by Order in Council if it has been established that they affect human consciousness and that their use by humans may lead to damage to their health and harm to society.

3.

By Order in Council, substances that have been added pursuant to the second paragraph shall be removed from List I or List II if it has been established that they do not possess, or no longer possess, the properties referred to in the second paragraph.

4.

A general administrative order as referred to in the first, second and third paragraphs shall not be established until four weeks have elapsed after the draft of the order has been submitted to both Houses of the States General and, within that period, no wish has been expressed by or on behalf of either House that the subject matter regulated in the draft of the order be regulated by Act of Parliament.

5.

If, in the opinion of Our Minister, acts as referred to in Article 2 or 3 with regard to a substance must be prohibited without delay and the establishment of an order in council as referred to in the first or second paragraph cannot be awaited, the substance may be designated for that purpose by ministerial regulation. Our Minister shall ensure that, simultaneously with the adoption of this ministerial regulation, the draft of an order in council with the same content is submitted to the Council of Ministers for assessment. The ministerial regulation shall remain in force, unless revoked earlier, until the order in council designating the substance in question enters into force, but no later than one year after the entry into force of the regulation.

1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden aan de bij deze wet behorende lijst I of lijst II middelen toegevoegd indien deze onder de werking van het Enkelvoudig Verdrag of het Psychotrope Stoffen Verdrag worden gebracht of uit hoofde van de uit het Kaderbesluit 2004/757/JBZ of het Besluit 2005/387/JBZ voortvloeiende verplichting onder de werking van deze wet dienen te worden gebracht. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van lijst I of II middelen worden geschrapt indien deze aan de werking van de in de eerste volzin bedoelde verdragen worden onttrokken dan wel indien de in die volzin bedoelde verplichting uit hoofde van het Kaderbesluit 2004/757/JBZ of het Besluit 2005/387/JBZ komt te vervallen.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aan lijst I of lijst II middelen worden toegevoegd indien is gebleken dat deze het bewustzijn van de mens beïnvloeden en bij gebruik door de mens kunnen leiden tot schade aan zijn gezondheid en schade voor de samenleving.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden middelen die krachtens het tweede lid zijn toegevoegd, van lijst I of lijst II geschrapt indien is gebleken dat zij de in het tweede lid bedoelde eigenschappen niet of niet meer bezitten.

4.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt niet vastgesteld dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het ontwerp van de maatregel is overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal en binnen die termijn niet door of namens een van beide Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in het ontwerp van de maatregel geregelde onderwerp wordt geregeld bij wet.

5.

Indien naar het oordeel van Onze Minister handelingen als bedoeld in artikel 2 of 3 ten aanzien van een middel onverwijld moeten worden verboden en de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste of tweede lid niet kan worden afgewacht, kan het middel daartoe bij ministeriële regeling worden aangewezen. Onze Minister draagt ervoor zorg dat tegelijk met de vaststelling van deze ministeriële regeling het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur met dezelfde inhoud ter beoordeling aan de ministerraad wordt aangeboden. De ministeriële regeling blijft, behoudens eerdere intrekking, van kracht totdat de algemene maatregel van bestuur waarbij het betreffende middel wordt aangewezen in werking treedt, doch uiterlijk tot een jaar na het inwerkingtreden van de regeling.