Dutch Legislation

Article 5.37

in force

The environmental permit and the project decision · De omgevingsvergunning

Environment and Planning Act · Chapter 5 · Section 5.1 · In force since 2024-01-01

Source
1.

An environmental permit applies to the person who carries out the activity to which it relates. That person is the permit holder and shall ensure compliance with the permit conditions.

2.

If an applied for or granted environmental permit is to apply to a person other than the applicant or the permit holder, the applicant or the permit holder, respectively, shall inform the competent authority thereof at least four weeks in advance. Rules shall be laid down by ministerial regulation regarding the data to be provided in this regard.

3.

By way of derogation from the first paragraph, first sentence, the competent authority may determine in the environmental permit that it applies only to the person to whom it has been granted, if the identity of the permit holder is relevant for the application of the rules regarding the granting or refusal of the environmental permit.

1.

Een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waarop zij betrekking heeft. Diegene is vergunninghouder en draagt zorg voor de naleving van de vergunningvoorschriften.

2.

Als een aangevraagde of verleende omgevingsvergunning zal gaan gelden voor een ander dan de aanvrager of de vergunninghouder, informeert de aanvrager respectievelijk de vergunninghouder ten minste vier weken van tevoren het bevoegd gezag daarover. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de gegevens die daarbij worden verstrekt.

3.

In afwijking van het eerste lid, eerste zin, kan het bevoegd gezag in de omgevingsvergunning bepalen dat deze alleen geldt voor degene aan wie zij is verleend, als de persoon van de vergunninghouder van belang is voor de toepassing van de regels over het verlenen of weigeren van de omgevingsvergunning.