Article 16.124
in forceProcedures · Bijzondere procedures voor landinrichting
Insofar as the allocation of ownership in a reallocation decision (inrichtingsbesluit), as referred to in Article 12.8, paragraph 1, under (a), (c) and (d), relates to immovable property situated outside a reallocation block, a civil-law notary to be designated by the provincial executive shall draw up a deed of allocation.
The deed shall be drawn up at a time to be determined by the provincial executive (gedeputeerde staten), which shall be after the publication of the development plan (inrichtingsbesluit).
The deed shall be signed by the chair of the provincial executive (gedeputeerde staten) and the secretary, as referred to in Article 97 of the Provinces Act.
Upon registration of the deed in the public registers, the ownership described therein is transferred in accordance with the allocation set forth in the deed.
If a provisional measure has been granted pursuant to Article 8:81 of the General Administrative Law Act (Algemene wet bestuursrecht), the first paragraph shall not apply as long as the effect of the establishment decision is suspended by the ruling of the judge hearing the application for a provisional measure.
Voor zover de toedeling van eigendom in een inrichtingsbesluit, bedoeld in artikel 12.8, eerste lid, onder a, c en d, betrekking heeft op onroerende zaken die buiten een herverkavelingsblok liggen, maakt een door gedeputeerde staten aan te wijzen notaris een akte voor de toedeling op.
De akte wordt opgemaakt op een door gedeputeerde staten te bepalen tijdstip dat ligt na bekendmaking van het inrichtingsbesluit.
De akte wordt ondertekend door de voorzitter van gedeputeerde staten en de secretaris, bedoeld in artikel 97 van de Provinciewet.
Door de inschrijving van de akte in de openbare registers gaat de daarin omschreven eigendom over volgens de in de akte neergelegde toedeling.
Als op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening is getroffen, is het eerste lid niet van toepassing zolang de werking van het inrichtingsbesluit door de uitspraak van de voorzieningenrechter is opgeschort.