Dutch Legislation

Article 1.7

in force

General provisions · Zorg voor de fysieke leefomgeving

Environment and Planning Act · Chapter 1 · Section 1.3 · In force since 2024-01-01

Source

Any person who knows or can reasonably be expected to suspect that their activity may have adverse effects on the physical environment is obliged to:

a.

to take all measures that can reasonably be required of him to prevent those consequences,

b.

insofar as those consequences cannot be prevented: to limit or reverse those consequences as much as possible,

c.

if those consequences cannot be sufficiently mitigated: to refrain from that activity insofar as can reasonably be required of him.

Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht:

a.

alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen,

b.

voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken,

c.

als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.