Dutch Legislation

Article 1.2

in force

General provisions · Toepassingsgebied en doelen

Environment and Planning Act · Chapter 1 · Section 1.2 · In force since 2024-01-01

Source
1.

This Act concerns:

a.

the physical living environment, and

b.

activities that have or may have consequences for the physical living environment.

2.

The physical living environment includes at least:

a.

works,

b.

Infrastructure

c.

water systems,

d.

Water

e.

soil

f.

air

g.

landscapes

h.

nature

i.

cultural heritage

j.

World heritage

3.

Consequences for the physical living environment shall in any event be deemed to include consequences that may arise from:

a.

altering parts of the physical environment or the use thereof,

b.

the use of natural resources,

c.

activities causing emissions, nuisance or risks,

d.

the omission of activities.

4.

Consequences for the physical environment are also understood to include consequences for human beings, insofar as they are or may be affected by or through components of the physical environment.

1.

Deze wet gaat over:

a.

de fysieke leefomgeving, en

b.

activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.

2.

De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval:

a.

bouwwerken,

b.

infrastructuur,

c.

watersystemen,

d.

water,

e.

bodem,

f.

lucht,

g.

landschappen,

h.

natuur,

i.

cultureel erfgoed,

j.

werelderfgoed.

3.

Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in ieder geval aangemerkt gevolgen die kunnen voortvloeien uit:

a.

het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan,

b.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,

c.

activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt,

d.

het nalaten van activiteiten.

4.

Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden ook aangemerkt gevolgen voor de mens, voor zover deze wordt of kan worden beïnvloed door of via onderdelen van de fysieke leefomgeving.