Article 7.16a
in forceToezicht en handhaving
The Commissariaat may issue an instruction to a national or regional public media institution if:
there is mismanagement by one or more members of the management board or of the supervisory body; or
the proper organisation, management and control of business processes or proper administration are insufficiently safeguarded.
An instruction comprises one or more measures and is proportionate to the purpose for which it is given.
Mismanagement shall exclusively be understood to mean:
financial mismanagement;
unjustified enrichment, whether intended or not, of the institution, of the members of the management board or the supervisory body themselves, or of a third party; or
unlawful act, which is understood to mean acting in the capacity of a director or supervisor in violation of statutory provisions or the manifest spirit of statutory provisions, by which a financial benefit is obtained for the benefit of the institution, the members of the management board or the supervisory body itself, or a third party.
In the instruction, the Commissariaat shall state the reasons for the points on which there is mismanagement and the measures to be taken in connection therewith.
The institution complies with the instruction. The instruction shall set a time limit for this purpose.
Before the Commissariaat issues an instruction, it shall provide the institution with an opportunity to submit its views within a period of four weeks.
An instruction may include the order to replace directors or supervisory directors.
Het Commissariaat kan aan een landelijke of regionale publieke media-instelling een aanwijzing geven, als:
sprake is van wanbeheer van een of meer leden van het bestuur of van het toezichthoudende orgaan; of
deugdelijke inrichting, sturing en beheersing van bedrijfsprocessen of deugdelijke administratie onvoldoende gewaarborgd zijn.
Een aanwijzing omvat een of meer maatregelen en is evenredig aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.
Onder wanbeheer wordt uitsluitend verstaan:
financieel wanbeleid;
ongerechtvaardigde verrijking, al dan niet beoogd, van de instelling, van de leden van het bestuur of het toezichthoudende orgaan zelf of van een derde; of
onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen of de kennelijke geest van wettelijke bepalingen waarmee financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de instelling, van de leden van het bestuur of het toezichthoudende orgaan zelf of van een derde.
In de aanwijzing geeft het Commissariaat gemotiveerd aan op welke punten sprake is van wanbeheer en de in verband daarmee te nemen maatregelen.
De instelling voldoet aan de aanwijzing. In de aanwijzing wordt daarvoor een termijn gesteld.
Voordat het Commissariaat een aanwijzing geeft, stelt hij de instelling vier weken in de gelegenheid haar zienswijze naar voren te brengen.
Een aanwijzing kan inhouden de opdracht om bestuurders of toezichthouders te vervangen.