Dutch Legislation

Article 2.148a

in force

Funding of public media services · Bekostiging landelijke publieke mediadienst

Media Act 2008 · Title 2.6 · Section 2.6.2 · In force since 2021-07-01

Source
1.

Prior to each five-year period referred to in Article 2.19, paragraph 3, Our Minister shall determine the amount that shall be made available annually to the national public media service during that period for the performance of its duties.

2.

The amount referred to in the first paragraph shall, for the first year of the aforementioned period, be equal to the amount made available for the national public media service in the national budget for that year. The share of the national media contribution in that amount shall be adjusted for the subsequent years in accordance with:

a.

the index for the growth in the number of households in the Netherlands as estimated by Statistics Netherlands (Centraal Bureau voor de Statistiek) for the relevant year; and

b.

the consumer price index estimated by the Central Planning Bureau for the relevant year.

3.

If, after the commencement of the five-year period referred to in the first paragraph, changed circumstances predominantly militate against the continued provision of the amounts determined in accordance with the first and second paragraphs without modification, Our Minister may amend the amount to be made available for the remaining years, observing a reasonable notice period. The amount as thus amended shall be equal to the amount made available for the national public media service in the national budget for the relevant year in which the amended amount first applies, and shall be adjusted for the subsequent years in accordance with parts a and b of the second paragraph.

4.

In the event of an amendment to the amount as referred to in the third paragraph, Our Minister shall compensate the damage suffered by the national public media service as a result of having acted differently in reliance on the previously determined amount than it would have done had it taken the amended amount into account.

1.

Voorafgaand aan elke periode van vijf jaar, bedoeld in artikel 2.19, derde lid, wordt door Onze Minister het bedrag vastgesteld dat de landelijke publieke mediadienst in die periode jaarlijks ten minste ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van zijn taakvervulling.

2.

Het in het eerste lid bedoelde bedrag is voor het eerste jaar van de genoemde periode gelijk aan het bedrag dat ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst beschikbaar wordt gesteld in de rijksbegroting voor dat jaar. Het aandeel van de rijksmediabijdrage in dat bedrag wordt voor de daaropvolgende jaren bijgesteld overeenkomstig:

a.

de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het desbetreffende jaar geraamde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland; en

b.

de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex.

3.

Indien na aanvang van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, veranderde omstandigheden zich in overwegende mate verzetten tegen ongewijzigde voortzetting van het ter beschikking stellen van de met inachtneming van het eerste en tweede lid vastgestelde bedragen, kan Onze Minister de hoogte van het voor resterende jaren ter beschikking te stellen bedrag wijzigen met inachtneming van een redelijke termijn. De hoogte van het aldus gewijzigde bedrag is gelijk aan het bedrag dat voor het betreffende jaar waarin het gewijzigde bedrag voor het eerst van toepassing is ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst beschikbaar wordt gesteld in de rijksbegroting voor dat jaar en wordt voor de daaropvolgende jaren bijgesteld overeenkomstig de onderdelen a en b van het tweede lid.

4.

In geval van een wijziging van het bedrag zoals bedoeld in het derde lid, vergoedt Onze Minister de schade die de landelijke publieke mediadienst lijdt doordat hij in vertrouwen op het eerder vastgestelde bedrag anders heeft gehandeld dan hij met inachtneming van het gewijzigde bedrag zou hebben gedaan.