Dutch Legislation

Article 2.37

in force

National public media service · Stichting NTR

Media Act 2008 · Title 2.2 · Section 2.2.3 · In force since 2014-01-01

Source
1.

Membership of the supervisory board of the NTR is incompatible with:

a.

the position of general director of the NTR;

b.

membership of a body of, or an employment relationship with, the NPO or a national public media institution;

c.

membership of a body of, or an employment relationship with, a commercial media institution;

d.

membership of either of the two Houses of the States General;

e.

an employment relationship with a ministry or with a service, institution or enterprise falling under the responsibility of a minister;

f.

having financial or other interests in companies or institutions and the performance of ancillary activities whereby the proper performance of the function or the maintenance of the independence of the member concerned or the trust therein may be at risk; and

g.

membership of a body of, or an employment relationship with, a broadcasting association that is represented in a collaborative broadcasting organization.

2.

Suspension and dismissal are possible on the grounds of:

a.

incapacity;

b.

dysfunction; and

c.

incompatibility as referred to in the first paragraph.

3.

Dismissal is furthermore possible upon one's own petition.

4.

The members of the supervisory board may be dismissed collectively if, upon the second evaluation referred to in Article 2.184, paragraphs three and four, it has been established that the NTR has insufficiently contributed to the execution of the public media remit at the national level due to the manner in which it has performed the public task referred to in Article 2.35. In the event of a dismissal as referred to in the first sentence, Our Minister shall appoint the members of the new supervisory board.

5.

The members of the supervisory board shall receive from the NTR a remuneration to be determined by Our Minister.

1.

Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NTR is onverenigbaar met:

a.

de functie van algemeen directeur van de NTR;

b.

het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij de NPO of een landelijke publieke media-instelling;

c.

het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;

d.

het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal;

e.

een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister;

f.

het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn; en

g.

het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is.

2.

Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:

a.

ongeschiktheid;

b.

disfunctioneren; en

c.

onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.

3.

Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.

4.

De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in artikel 2.184, derde en vierde lid, is vastgesteld dat de NTR onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.35. In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.

5.

De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NTR een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.