Dutch Legislation

Article 2.14

in force

Landelijke publieke mediadienst · Stichting Nederlandse Publieke Omroep

Media Act 2008 · Title 2.2 · Section 2.2.1 · In force since 2021-07-01

Source
1.

The board of directors shall request the advice of the council of broadcasters before it:

a.

enters into an agreement as referred to in Article 2.3, paragraph 1, or 2.10, paragraph 2, point f;

b.

takes a decision regarding a task as referred to in Article 2.10, paragraph 2, points (d), (e), or (g);

c.

takes a decision regarding the manner of application of the budget referred to in Article 2.149, paragraph 1, point (f); or

d.

adopts a decision regarding the determination of the annual plans with the programming strategy within the framework of the regulation for the coordination and organisation of the media offering, as referred to in Article 2.10, paragraph 2, under c.

2.

The Board of Directors shall grant the Council of Broadcasters a reasonable period for providing its advice. The failure of the Council to provide such advice shall not preclude the Board of Directors from entering into an agreement or adopting a decision.

3.

If the advice indicates that the board does not consent to a proposed agreement or a proposed decision, or to significant parts thereof, and the management board wishes to maintain its proposal unchanged, the management board may provide the board with the opportunity to be heard on the matter within a reasonable period to be determined by the management board. The management board shall do so in any event if it concerns a proposed decision or a proposed agreement as referred to in Article 2.10, paragraph 2, under e, or f, respectively.

4.

If the management board, after application of the third paragraph, has maintained its intention unchanged, it shall submit the proposed agreement or the adopted resolution to the supervisory board for approval. In doing so, the management board shall provide the reasons why it wishes to maintain the proposed agreement unchanged, or, as the case may be, has adopted the proposed resolution unchanged.

5.

Before the supervisory board decides on the approval of a proposed agreement or an adopted resolution, it may provide the board with the opportunity to be heard regarding such matter within a reasonable period to be determined by the supervisory board. The supervisory board shall do so in any event if it concerns an adopted resolution or a proposed agreement as referred to in Article 2.10, paragraph 2, point (e) or (f), respectively.

1.

De raad van bestuur vraagt het college van omroepen om advies voordat hij:

a.

een overeenkomst aangaat als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.10, tweede lid, onderdeel f;

b.

een besluit neemt over een taak als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdelen d, e, of g;

c.

een besluit neemt over de wijze van aanwending van het budget, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f; of

d.

een besluit neemt over vaststelling van de jaarplannen met de programmeerstrategie in het kader van de regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod, bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onder c.

2.

De raad van bestuur stelt het college van omroepen een redelijke termijn voor het geven van het advies. Het uitblijven van het advies van het college staat aan het aangaan van een overeenkomst of het nemen van een besluit door de raad van bestuur niet in de weg.

3.

Als uit het advies blijkt dat het college niet instemt met een voorgenomen overeenkomst of een voorgenomen besluit dan wel belangrijke onderdelen daarvan en de raad van bestuur wenst zijn voornemen ongewijzigd te handhaven, kan de raad van bestuur het college in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord binnen een door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn. De raad van bestuur doet dat in ieder geval indien het een voorgenomen besluit of een voorgenomen overeenkomst betreft als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel e, respectievelijk f.

4.

Indien de raad van bestuur na toepassing van het derde lid zijn voornemen ongewijzigd heeft gehandhaafd, legt hij de voorgenomen overeenkomst of het vastgestelde besluit ter instemming voor aan de raad van toezicht. De raad van bestuur motiveert daarbij waarom hij de voorgenomen overeenkomst ongewijzigd wil handhaven, respectievelijk het voorgenomen besluit ongewijzigd heeft vastgesteld.

5.

Alvorens de raad van toezicht besluit over instemming met een voorgenomen overeenkomst of vastgesteld besluit kan hij het college in de gelegenheid stellen daarover te worden gehoord binnen een door de raad van toezicht te stellen redelijke termijn. De raad van toezicht doet dat in ieder geval indien het een vastgesteld besluit of een voorgenomen overeenkomst betreft als bedoeld in artikel 2.10, tweede lid, onderdeel e, respectievelijk f.