Dutch Legislation

Article 38

in force

Requirements regarding documents to be registered · Vereisten waaraan stukken moeten voldoen, aangeboden ter inschrijving van het instellen van een rechtsvordering, van het indienen van een verzoek, van tegen rechterlijke uitspraken ingestelde rechtsmiddelen of van de waardeloosheid van zodanige inschrijvingen

Land Registry Act · Title 2 · Section 3 · In force since 2023-05-01

Source
1.

For the purpose of registration of the institution of legal proceedings or the filing of a petition to obtain a judicial decision concerning the legal status of registered property, the following shall be submitted:

a.

in the event that legal proceedings are instituted by a writ of summons: a copy thereof signed by the bailiff or an attorney;

b.

in the event that the legal proceedings are instituted by another document: a copy thereof signed by a lawyer or by the clerk of the court where the case is pending;

c.

in the case of a petition: a copy thereof with a notation of the date on which the petition was received at the registry, signed by an attorney or by the registrar of the court where the petition was filed.

2.

Article 18, paragraphs two through five, shall not apply, provided that the document offered must in any event contain the name and a domicile chosen for the purposes of the proceedings, including the address, of the person on whose behalf the offer is made.

1.

Ter inschrijving van de instelling van een rechtsvordering of de indiening van een verzoek ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die de rechtstoestand van een registergoed betreft, wordt aangeboden:

a.

in geval van instelling van de rechtsvordering door een dagvaarding: een door de deurwaarder of een advocaat getekend afschrift daarvan;

b.

in geval van instelling van de rechtsvordering door een ander stuk: een afschrift daarvan getekend door een advocaat of door de griffier van het gerecht waar de zaak aanhangig is;

c.

in geval van een verzoekschrift: een afschrift daarvan met aantekening van de dag waarop het verzoekschrift is ingekomen ter griffie, getekend door een advocaat of door de griffier van het gerecht waar het verzoekschrift is ingediend.

2.

Artikel 18, tweede-vijfde lid, is niet van toepassing, behoudens dat het aangeboden stuk in elk geval de naam en een ter zake van het geding gekozen woonplaats met adres van degene te wiens behoeve de aanbieding geschiedt, moet bevatten.