Article 42c
in forceLiability · Liability
Jointly and severally liable for the turnover tax due in respect of the supply of goods to be designated by ministerial regulation is the natural person or legal entity, being an entrepreneur within the meaning of the Turnover Tax Act 1968, to whom the supply has been made and who knew or ought to have known that the turnover tax due in respect of that supply is not or will not be paid, or is not or will not be paid in full. The preceding sentence shall apply mutatis mutandis with regard to:
entrepreneurs who, prior to the delivery referred to in that sentence, have effected deliveries of those goods, provided that these deliveries have taken place on or after the date on which those goods were designated by ministerial regulation;
entrepreneurs to whom, following the delivery referred to in that sentence, deliveries of those goods have been made;
the entrepreneur who, together with the entrepreneur liable pursuant to the preceding provisions of this paragraph, is or has been designated as a single entrepreneur pursuant to Article 7, paragraph 4, of the Turnover Tax Act 1968.
For the application of the first paragraph, an entrepreneur shall be deemed to have known that the turnover tax due in respect of the supply referred to in that paragraph has not been or will not be paid, or has not been or will not be paid in full, if he has obtained an advantage from the fact that the tax referred to in that paragraph has not been paid or has not been paid in full, unless he demonstrates that such advantage does not result from, or is not connected with, the fact that such tax has not been paid or has not been paid in full. For the application of the first sentence, an entrepreneur shall in any event be deemed to have obtained an advantage if he has been charged a consideration for the goods which, at the time of the supply, is lower than the amount that would have to be paid under conditions of free competition, or which is lower than the consideration charged to his supplier or to any of the suppliers in respect of prior acquisitions of those goods.
This article shall not apply if the turnover tax referred to in the first paragraph is due in respect of a supply effected during a suspension of payments or bankruptcy, or during the application of the natural persons debt restructuring scheme, by an entrepreneur, their administrator or liquidator, or by a pledgee in the context of the exercise of a right of pledge established on the supplied goods.
Hoofdelijk aansprakelijk voor de omzetbelasting die verschuldigd is ter zake van de levering van bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen, is de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die ondernemer is in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, aan wie de levering is verricht en die wist of behoorde te weten dat de ter zake van die levering verschuldigde omzetbelasting niet of niet volledig is of zal worden voldaan. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van:
ondernemers die voorafgaand aan de in die volzin bedoelde levering leveringen van die goederen hebben verricht, indien deze leveringen hebben plaatsgevonden op of na de datum waarop die goederen bij ministeriële regeling zijn aangewezen;
ondernemers aan wie op de in die volzin bedoelde levering volgende leveringen van die goederen zijn verricht;
de ondernemer die tezamen met de op grond van de voorgaande bepalingen van dit lid aansprakelijke ondernemer ingevolge artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is aangemerkt of is aangemerkt geweest als één ondernemer.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een ondernemer geacht te hebben geweten dat de omzetbelasting die verschuldigd is ter zake van de in dat lid bedoelde levering niet of niet volledig is of zal worden voldaan, indien hij door het niet of niet volledig voldaan zijn van de in dat lid bedoelde belasting voordeel heeft behaald, tenzij hij aannemelijk maakt dat dat voordeel niet voortvloeit uit of geen verband houdt met het niet of niet volledig voldaan zijn van die belasting. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt een ondernemer in ieder geval geacht voordeel te hebben behaald als aan hem voor de goederen een vergoeding in rekening is gebracht die op het tijdstip van de levering lager is dan het bedrag dat bij vrije mededinging zou moeten worden betaald of die lager is dan de vergoeding die aan zijn leverancier of aan elk van de leveranciers ter zake van voorafgaande verkrijgingen van die goederen in rekening is gebracht.
Dit artikel is niet van toepassing indien de in het eerste lid bedoelde omzetbelasting verschuldigd is ter zake van een tijdens surséance van betaling of faillissement, of tijdens het van toepassing zijn van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, verrichte levering door een ondernemer, diens bewindvoerder of curator of door een pandhouder in het kader van de uitoefening van een op de geleverde goederen gevestigd pandrecht.