Dutch Legislation

Article 7:658

in force

Employment contract · Some special obligations of the employer

Civil Code — Book 7 (employment contract) · Title 10 · Section 6 · In force since 1999-01-01

Source
1.

The employer is obliged to arrange and maintain the premises, equipment and tools in which or with which he causes the work to be performed, as well as to take such measures and provide such instructions for the performance of the work, as is reasonably necessary to prevent the employee from suffering damage in the performance of his duties.

2.

The employer is liable towards the employee for the damage suffered by the employee in the performance of his duties, unless he demonstrates that he has complied with the obligations referred to in paragraph 1 or that the damage is to a significant extent the result of intent or wilful recklessness on the part of the employee.

3.

It is not permitted to deviate from paragraphs 1 and 2 and from the provisions of Title 3 of Book 6 regarding the liability of the employer to the detriment of the employee.

4.

A person who, in the exercise of his profession or business, has work performed by a person with whom he does not have an employment contract, shall be liable in accordance with paragraphs 1 to 3 for the damage suffered by such person in the exercise of his activities. The subdistrict court (kantonrechter) has jurisdiction to hear claims based on the first sentence of this paragraph.

1.

De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

2.

De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

3.

Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

4.

Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.