Dutch Legislation

Article 6:96

in force

Obligations in general · Statutory obligations to provide compensation

Civil Code — Book 6 (law of obligations) · Title 1 · Section 10 · In force since 2024-10-01

Source
1.

Pecuniary loss comprises both loss sustained and profit deprived.

2.

The following also qualify for compensation as patrimonial loss:

a.

reasonable costs to prevent or limit damage which could be expected as a result of the event on which the liability is based;

b.

reasonable costs for the determination of damage and liability;

c.

reasonable costs for obtaining extrajudicial payment.

3.

Paragraph 2, under (b) and (c), shall not apply to the extent that, in the given case, the rules concerning legal costs apply pursuant to Article 241 of the Code of Civil Procedure (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

4.

In the case of a commercial agreement as referred to in Article 119a, paragraph 1, or Article 119b, paragraph 1, the compensation for costs referred to in paragraph 2, under (c), shall consist of at least an amount of 40 euros. This amount is exigible without a demand for payment from the day following the day on which the statutory or agreed final date for payment has passed. No derogation from this provision to the detriment of the creditor is permitted.

5.

Further rules shall be laid down by administrative order (algemene maatregel van bestuur) regarding the reimbursement of costs as referred to in paragraph 2 under (c). These rules may not be deviated from to the detriment of the debtor if the debtor is a natural person not acting in the exercise of a profession or business. In this case, Article 241, first sentence, of the Code of Civil Procedure (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) shall not apply.

6.

The compensation according to the further rules may, if the debtor is a natural person not acting in the exercise of a profession or business, only become due after the debtor, following the occurrence of the default referred to in Article 81, has been unsuccessfully sent a demand for payment within a period of fourteen days, commencing the day after the demand, while stating the consequences of non-payment, including the compensation claimed in accordance with the further rules.

7.

If a debtor can be sent a demand for payment by a creditor for more than one claim as referred to in paragraph 6, this must be done in a single demand for payment. For the calculation of the compensation, the principal sums of these claims shall be added together.

8.

If, on the basis of the same legal relationship, periodic payments are due and a demand for payment as referred to in paragraph 6 is made for a periodic payment for which the lowest compensation applies pursuant to the order in council referred to in paragraph 5, then, for the calculation of the compensation from the day the demand for payment is made, account shall be taken of one or more demands for payment for periodic payments that have remained wholly or partially unpaid in a period of six months preceding the day of the demand for payment.

The Order in Council (algemene maatregel van bestuur) referred to in the first sentence contains further rules for the compensation. Therein, in deviation from paragraph 7, the compensation is also determined in the event that one demand for payment concerns multiple installment payments.

No derogation from this paragraph shall be permitted to the detriment of the debtor referred to in paragraph 5.

1.

Vermogensschade omvat zowel geleden verlies als gederfde winst.

2.

Als vermogensschade komen mede voor vergoeding in aanmerking:

a.

redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht;

b.

redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid;

c.

redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte.

3.

Lid 2 onder b en c is niet van toepassing voor zover in het gegeven geval krachtens artikel 241 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de regels betreffende de proceskosten van toepassing zijn.

4.

In geval van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 119a lid 1 of artikel 119b lid 1 bestaat de vergoeding van kosten bedoeld in lid 2 onder c uit ten minste een bedrag van 40 euro. Dit bedrag is zonder aanmaning verschuldigd vanaf de dag volgende op de dag waarop de wettelijke of overeengekomen uiterste dag van betaling is verstreken. Hiervan kan niet ten nadele van de schuldeiser worden afgeweken.

5.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld voor de vergoeding van kosten als bedoeld in lid 2 onder c. Van deze regels kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. In dit geval mist artikel 241, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toepassing.

6.

De vergoeding volgens de nadere regels kan indien de schuldenaar een natuurlijk persoon is, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, eerst verschuldigd worden nadat de schuldenaar na het intreden van het verzuim, bedoeld in artikel 81, onder vermelding van de gevolgen van het uitblijven van betaling, waaronder de vergoeding die in overeenstemming met de nadere regels wordt gevorderd, vruchteloos is aangemaand tot betaling binnen een termijn van veertien dagen, aanvangende de dag na aanmaning.

7.

Indien een schuldenaar voor meer dan een vordering door een schuldeiser kan worden aangemaand als bedoeld in lid 6, dan dient dit in één aanmaning te geschieden. Voor de berekening van de vergoeding worden de hoofdsommen van deze vorderingen bij elkaar opgeteld.

8.

Zijn op grond van eenzelfde rechtsverhouding termijnbetalingen verschuldigd en wordt aangemaand als bedoeld in lid 6 voor een termijnbetaling waarvoor op grond van de in lid 5 bedoelde algemene maatregel van bestuur de laagste vergoeding geldt, dan wordt voor de berekening van de vergoeding vanaf de dag dat wordt aangemaand, rekening gehouden met een of meerdere aanmaningen voor termijnbetalingen die geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven in een periode van zes maanden voorafgaand aan de dag van de aanmaning.

De in de eerste zin genoemde algemene maatregel van bestuur bevat nadere regels voor de vergoeding. Hierin wordt, in afwijking van lid 7, tevens de vergoeding bepaald in het geval één aanmaning meerdere termijnbetalingen betreft.

Van dit lid kan niet ten nadele van de in lid 5 bedoelde schuldenaar worden afgeweken.