Article 2.23
in forceASSIGNMENT, LICENCE AND OTHER RIGHTS
A trademark does not entitle the proprietor to prohibit a third party from using in the course of trade:
the name or the address of that third party, if it concerns a natural person;
signs or indications which lack distinctive character or which relate to the kind, quality, quantity, intended purpose, value, geographical origin, time of production of the goods or of rendering of the service, or other characteristics of the goods or services;
the trademark for the purpose of identifying or referring to goods or services as those of the proprietor of that trademark, in particular where the use of that trademark is necessary to indicate the intended purpose of a good or service, in particular as an accessory or spare part;
all this insofar as the use by the third party takes place in accordance with honest practices in industrial or commercial matters.
A trademark does not entitle the proprietor to prohibit a third party from using, in the course of trade, an earlier right of only local significance, provided that such right is recognised under the statutory provisions of one of the Benelux countries and is used within the limits of the territory in which it is recognised.
A trademark does not entitle the proprietor to prohibit its use for goods which have been put on the market in the European Economic Area under that trademark by the proprietor or with their consent, unless there are legitimate reasons for the proprietor to oppose further commercialisation of the goods, especially where the condition of the goods is changed or impaired after they have been put on the market.
Een merk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van:
de naam of het adres van die derde, indien het om een natuurlijke persoon gaat;
tekens of aanduidingen die geen onderscheidend vermogen hebben of die betrekking hebben op soort, hoedanigheid, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten;
het merk met het oog op de identificatie van of de verwijzing naar waren of diensten als die van de houder van dat merk, in het bijzonder indien het gebruik van dat merk noodzakelijk is om de bestemming van een waar of dienst aan te duiden, met name als accessoire of onderdeel;
één en ander voor zover het gebruik door de derde plaatsvindt volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel.
Een merk verleent de houder niet het recht een derde te verbieden om in het economisch verkeer gebruik te maken van een ouder recht van slechts plaatselijke betekenis, indien dat recht erkend is ingevolge de wettelijke bepalingen van één van de Benelux-landen en wordt gebruikt binnen de grenzen van het grondgebied waarin het erkend wordt.
Een merk verleent de houder niet het recht het gebruik daarvan te verbieden voor waren die onder dit merk door de houder of met diens toestemming in de Europese Economische Ruimte in de handel zijn gebracht, tenzij er voor de houder gegronde redenen zijn zich te verzetten tegen verdere verhandeling van de waren, met name wanneer de toestand van de waren, nadat zij in het de handel zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is.