Dutch Legislation

Article 2.20

in force

ASSIGNMENT, LICENCE AND OTHER RIGHTS

Benelux Convention on Intellectual Property (BCIP) · Chapter 5 · In force since 2019-03-01

Source
1.

The registration of a trademark referred to in Article 2.2 confers upon the holder an exclusive right thereto.

2.

Without prejudice to the rights of holders acquired prior to the filing date or the priority date of the registered trademark, and without prejudice to the possible application of common law regarding liability for tort, the holder of a registered trademark is entitled to prevent any third party who has not obtained his consent from using a sign where that sign:

a.

is identical to the trademark and is used in the course of trade for the same goods or services as those for which the trademark is registered;

b.

is identical with or similar to the trademark and is used in the course of trade in relation to identical or similar goods or services as those for which the trademark is registered, if there exists a likelihood of confusion on the part of the public, including the likelihood of confusion as a result of association with the earlier trademark;

c.

is identical with or similar to the trademark, regardless of whether it is used for goods or services that are identical with, similar to, or not similar to those for which the trademark is registered, where this trademark has a reputation in the Benelux territory and where the use of the sign in the course of trade without due cause takes unfair advantage of, or is detrimental to, the distinctive character or the repute of the trademark;

d.

is used for purposes other than distinguishing goods or services, where the use of that sign without due cause takes unfair advantage of, or is detrimental to, the distinctive character or the repute of the trademark.

3.

In particular, pursuant to paragraph 2, points (a) up to and including (c), it may be prohibited:

a.

affixing the sign to the goods or the packaging;

b.

offering or placing on the market, or holding in stock for such purposes, of goods, or the offering or performance of services under the sign;

c.

the importing or exporting of goods under the sign;

d.

the use of the sign as a trade name or company name or as part of a trade name or company name;

e.

the use of the sign in documents for business use and in advertisements;

f.

the use of the sign in comparative advertising in a manner that is contrary to Directive 2006/114/EC of the European Parliament and of the Council of 12 December 2006 concerning misleading and comparative advertising.

4.

Without prejudice to the rights of proprietors acquired before the filing date or the priority date of the registered trademark, the proprietor of that trademark shall also have the right to prevent third parties from bringing goods into the Benelux territory in the course of trade without being released for free circulation there, where such goods, including their packaging, originate from third countries and bear, without authorization, a trademark which is identical to the trademark registered for such goods, or which cannot be distinguished in its essential aspects from that trademark.

The right of the trademark proprietor pursuant to the first paragraph shall lapse if, during the proceedings to determine whether the registered trademark has been infringed, which have been initiated in accordance with Regulation (EU) No 608/2013 of the European Parliament and of the Council of 12 June 2013 concerning customs enforcement of intellectual property rights and repealing Council Regulation (EC) No 1383/2003, the declarant or the holder of the goods provides evidence that the proprietor of the registered trademark is not entitled to prohibit the placing of the goods on the market in the country of final destination.

5.

Where there is a risk that the packaging, labels, tags, security or authenticity features or any other means to which the mark is affixed could be used in relation to goods or services and such use would constitute an infringement of the rights of the proprietor of a trade mark under paragraphs 2 and 3, the proprietor of that trade mark shall have the right to prohibit the following acts if carried out in the course of trade:

a.

affixing a sign that is identical with or similar to the trademark to packaging, labels, tags, security or authenticity features or any other means to which the trademark may be affixed;

b.

offering, placing on the market or stocking for those purposes, or importing or exporting packaging, labels, tags, security or authenticity features or any other means to which the trademark is affixed.

6.

The exclusive right to a trademark consisting of one of the national or regional languages of the Benelux territory extends by operation of law to its translation into another of these languages. The assessment of the similarity resulting from translations into one or more languages foreign to the aforementioned territory shall be performed by the court.

1.

De in artikel 2.2 bedoelde inschrijving van een merk geeft de houder daar een uitsluitend recht op.

2.

Onverminderd de rechten van houders die vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van het ingeschreven merk zijn verkregen en onverminderd de eventuele toepassing van het gemene recht betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad is de houder van een ingeschreven merk gerechtigd, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verhinderen gebruik te maken van een teken wanneer dit teken:

a.

gelijk is aan het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven;

b.

gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt met betrekking tot gelijke of overeenstemmende waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het publiek gevaar voor verwarring bestaat, ook wanneer die verwarring het gevolg is van associatie met het oudere merk;

c.

gelijk is aan of overeenstemt met het merk ongeacht of dat wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk aan, overeenstemmend of niet overeenstemmend zijn met die waarvoor het merk is ingeschreven, wanneer dit merk bekend is in het Benelux-gebied en door het gebruik in het economisch verkeer, zonder geldige reden, van het teken ongerechtvaardigd voordeel getrokken wordt uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk;

d.

gebruikt wordt anders dan ter onderscheiding van waren of diensten, indien door gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

3.

Met name kan krachtens lid 2, sub a tot en met c, worden verboden:

a.

het aanbrengen van het teken op de waren of verpakking;

b.

het aanbieden of in de handel brengen, of daartoe in voorraad hebben van waren of het aanbieden of verrichten van diensten onder het teken;

c.

het invoeren of uitvoeren van waren onder het teken;

d.

het gebruik van het teken als handels- of bedrijfsnaam of als deel van een handels- of bedrijfsnaam;

e.

het gebruik van het teken in stukken voor zakelijk gebruik en in advertenties;

f.

het gebruik van het teken in vergelijkende reclame op een wijze die in strijd is met Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame.

4.

Onverminderd de rechten van houders die vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van het ingeschreven merk zijn verkregen, heeft de houder van dat merk eveneens het recht te verhinderen dat derden in het economische verkeer waren binnenbrengen in het Benelux-gebied zonder dat deze daar in de vrije handel worden gebracht, wanneer deze waren, met inbegrip van de verpakking ervan, uit derde landen afkomstig zijn en zonder toestemming een merk dragen dat gelijk is aan het voor deze waren ingeschreven merk of in zijn belangrijkste onderdelen niet van dat merk kan worden onderscheiden.

Het recht van de houder van het merk op grond van de eerste alinea vervalt indien door de aangever of de houder van de waren tijdens de procedure om te bepalen of inbreuk is gemaakt op het ingeschreven merk, die is ingesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1383/2003, het bewijs wordt geleverd dat de houder van het ingeschreven merk niet gerechtigd is om het op de markt brengen van de waren in het land van de eindbestemming te verbieden.

5.

Wanneer het risico bestaat dat de verpakking, labels, etiketten, beveiligings- of echtheidskenmerken of alle andere middelen waarop het merk is aangebracht, kunnen worden gebruikt met betrekking tot waren of diensten en dit gebruik een inbreuk zou vormen op de rechten van de houder van een merk op grond van lid 2 en 3, heeft de houder van dat merk het recht de volgende handelingen te verbieden indien zij in het economische verkeer worden verricht:

a.

het aanbrengen van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met het merk, op een verpakking, labels, etiketten, beveiligings- of echtheidskenmerken of alle andere middelen waarop het merk kan worden aangebracht;

b.

het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben, of het invoeren of uitvoeren van verpakkingen, labels, etiketten, beveiligings- of echtheidskenmerken of alle andere middelen waarop het merk is aangebracht.

6.

Het uitsluitend recht op een merk luidende in één der nationale of streektalen van het Beneluxgebied, strekt zich van rechtswege uit over zijn vertaling in een andere dezer talen. De beoordeling van de overeenstemming voortvloeiende uit vertalingen in een of meer aan het genoemde gebied vreemde talen geschiedt door de rechter.