Dutch Legislation

Article 158

in force

EXEMPTIONS

Directive 2006/112/EC — common system of VAT · Chapter 9 · In force since None

Source

1. By way of derogation from Article 157(2), Member States may provide for warehousing arrangements other than customs warehousing in the following cases:

(a) where the goods are intended for tax-free shops, for the purposes of the supply of goods to be carried in the personal luggage of travellers taking flights or sea crossings to third territories or third countries, where that supply is exempt pursuant to point (b) of Article 146(1);

(b) where the goods are intended for taxable persons, for the purposes of carrying out supplies to travellers on board an aircraft or a ship in the course of a flight or sea crossing where the place of arrival is situated outside the Community;

(c) where the goods are intended for taxable persons, for the purposes of carrying out supplies which are exempt from VAT pursuant to Article 151.

2. Where Member States exercise the option of exemption provided for in point (a) of paragraph 1, they shall take the measures necessary to ensure the correct and straightforward application of this exemption and to prevent any evasion, avoidance or abuse.

3. For the purposes of point (a) of paragraph 1, ‘tax-free shop’ shall mean any establishment which is situated within an airport or port and which fulfils the conditions laid down by the competent public authorities.

1. In afwijking van artikel 157, lid 2, kunnen de lidstaten in de volgende gevallen een ander stelsel van entrepots dan dat van douane-entrepots invoeren:

a) indien de goederen bestemd zijn voor verkooppunten voor belastingvrije verkoop, met het oog op de levering van goederen welke worden meegenomen in de persoonlijke bagage van reizigers die zich door middel van een vlucht of zeereis naar een derdelandsgebied of een derde land begeven, wanneer die levering overeenkomstig artikel 146, lid 1, punt b), is vrijgesteld;

b) indien de goederen bestemd zijn voor belastingplichtigen, met het oog op levering aan reizigers aan boord van een vliegtuig of schip tijdens een vlucht of zeereis waarvan de plaats van aankomst buiten de Gemeenschap is gelegen;

c) indien de goederen bestemd zijn voor belastingplichtigen, met het oog op leveringen die worden verricht met vrijstelling van BTW overeenkomstig artikel 151.

2. Indien de lidstaten gebruik maken van de in lid 1, punt a), bedoelde mogelijkheid tot vrijstelling, treffen zij de nodige maatregelen om een juiste en eenvoudige toepassing van deze vrijstelling te verzekeren en elke vorm van fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen.

3. Voor de toepassing van lid 1, punt a), wordt onder „verkooppunt voor belastingvrije verkoop” verstaan elke in een luchthaven of haven gelegen inrichting die aan de door de bevoegde overheidsinstanties gestelde voorwaarden voldoet.