Article 133
in forceEXEMPTIONS
Member States may make the granting to bodies other than those governed by public law of each exemption provided for in points (b), (g), (h), (i), (l), (m) and (n) of Article 132(1) subject in each individual case to one or more of the following conditions:
(a) the bodies in question must not systematically aim to make a profit, and any surpluses nevertheless arising must not be distributed, but must be assigned to the continuance or improvement of the services supplied;
(b) those bodies must be managed and administered on an essentially voluntary basis by persons who have no direct or indirect interest, either themselves or through intermediaries, in the results of the activities concerned;
(c) those bodies must charge prices which are approved by the public authorities or which do not exceed such approved prices or, in respect of those services not subject to approval, prices lower than those charged for similar services by commercial enterprises subject to VAT;
(d) the exemptions must not be likely to cause distortion of competition to the disadvantage of commercial enterprises subject to VAT.
Member States which, pursuant to Annex E of Directive 77/388/EEC, on 1 January 1989 applied VAT to the transactions referred to in Article 132(1)(m) and (n) may also apply the conditions provided for in point (d) of the first paragraph when the said supply of goods or services by bodies governed by public law is granted exemption.
De lidstaten kunnen de verlening van elk der in artikel 132, lid 1, punten b), g), h), i), l), m) en n), bedoelde vrijstellingen aan andere dan publiekrechtelijke instellingen van geval tot geval afhankelijk stellen van een of meer van de volgende voorwaarden:
a) de instellingen mogen niet systematisch het maken van winst beogen; eventuele winsten mogen niet worden uitgekeerd, maar moeten worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de diensten die worden verricht;
b) het beheer en het bestuur van de instellingen moeten in hoofdzaak op vrijwillige basis en zonder vergoeding geschieden door personen die noch zelf, noch via tussenpersonen, enig rechtstreeks of zijdelings belang hebben bij de resultaten van de werkzaamheden van de instellingen;
c) de instellingen moeten prijzen toepassen die zijn goedgekeurd door de overheid, of prijzen die niet hoger liggen dan de goedgekeurde prijzen, of, voor handelingen waarvoor geen goedkeuring van prijzen plaatsvindt, prijzen die lager zijn dan die welke voor soortgelijke aan de BTW onderworpen handelingen in rekening worden gebracht door commerciële ondernemingen;
d) de vrijstellingen mogen niet tot verstoring van de mededinging leiden ten nadele van belastingplichtige commerciële ondernemingen.
De lidstaten die krachtens bijlage E van Richtlijn 77/388/EEG van de Raad op 1 januari 1989 de in artikel 132, lid 1, punten m) en n), bedoelde handelingen aan BTW onderwierpen, mogen de in de eerste alinea, punt d), vermelde voorwaarden ook toepassen wanneer vrijstelling wordt verleend voor de genoemde diensten of goederenleveringen, verricht door publiekrechtelijke lichamen.