Dutch Legislation

Article 233

in force

OBLIGATIONS OF TAXABLE PERSONS AND CERTAIN NON-TAXABLE PERSONS

Directive 2006/112/EC — common system of VAT · Chapter 11 · In force since None

Source

1. Invoices sent or made available by electronic means shall be accepted by Member States provided that the authenticity of the origin and the integrity of their content are guaranteed by one of the following methods:

(a) by means of an advanced electronic signature within the meaning of point (2) of Article 2 of Directive 1999/93/EC of the European Parliament and of the Council of 13 December 1999 on a Community framework for electronic signatures (10);

(b) by means of electronic data interchange (EDI), as defined in Article 2 of Commission Recommendation 1994/820/EC of 19 October 1994 relating to the legal aspects of electronic data interchange (11), if the agreement relating to the exchange provides for the use of procedures guaranteeing the authenticity of the origin and integrity of the data.

Invoices may, however, be sent or made available by other electronic means, subject to acceptance by the Member States concerned.

2. For the purposes of point (a) of the first subparagraph of paragraph 1, Member States may also ask for the advanced electronic signature to be based on a qualified certificate and created by a secure-signature-creation device, within the meaning of points (6) and (10) of Article 2 of Directive 1999/93/EC.

3. For the purposes of point (b) of the first subparagraph of paragraph 1, Member States may also, subject to conditions which they lay down, require that an additional summary document on paper be sent.

1. Elektronisch verzonden of ter beschikking gestelde facturen worden door de lidstaten aanvaard, mits de authenticiteit van de herkomst en de integriteit van de inhoud ervan worden gewaarborgd aan de hand van een van de volgende methoden:

a) een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, punt 2), van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (12);

b) een elektronische uitwisseling van gegevens (EDI), zoals gedefinieerd in artikel 2 van Aanbeveling 1994/820/EG van de Commissie van 19 oktober 1994 betreffende de juridische aspecten van de elektronische uitwisseling van gegevens (13), wanneer het akkoord betreffende deze uitwisseling in het gebruik van procedures voorziet die de authenticiteit van de oorsprong en de integriteit van de gegevens waarborgen.

De facturen kunnen evenwel langs elektronische weg worden verzonden of ter beschikking worden gesteld volgens andere methoden, mits deze door de betrokken lidstaten worden aanvaard.

2. Voor de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt a), kunnen de lidstaten bovendien eisen dat de geavanceerde elektronische handtekening berust op een gekwalificeerd certificaat en is aangemaakt met een veilig middel voor het aanmaken van handtekeningen in de zin van artikel 2, punten 6) en 10), van Richtlijn 1999/93/EG.

3. Voor de toepassing van lid 1, eerste alinea, punt b), kunnen de lidstaten bovendien onder door hen gestelde voorwaarden de toezending eisen van een aanvullend kort overzicht op papier.