Article 9
in forceAdministrative handling of option declarations · § Administrative processing of option declarations in the European part of the Netherlands
After having taken the option declaration into consideration, the mayor shall verify the data provided by the declarant against the data recorded in the personal records database (basisregistratie personen).
With respect to persons named in the option declaration who are not residents of his municipality, he shall, as necessary, depending on the place where they are registered as residents according to the basic administration, request the mayor of the municipality concerned to verify the data provided to him within four weeks, or the lieutenant governor of the public body concerned, or Our Minister of General Affairs of Aruba, Curaçao or Sint Maarten to verify the data provided to him within ten weeks.
With respect to persons who are named in the option declaration and who do not have their principal residence in the Kingdom, he shall, if necessary, request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data provided to him, if possible within ten weeks.
He shall request Our Minister of Foreign Affairs to verify the data of the persons, referred to in Article 7, paragraph 2, within four weeks against the data included in the register maintained by the latter.
He shall investigate, as far as possible, the accuracy of the data that cannot be verified in the manner indicated in the first through fourth paragraphs.
The authorities referred to in the second through fourth paragraphs are obliged to provide the aforementioned cooperation.
Nadat hij de optieverklaring in behandeling heeft genomen, toetst de burgemeester de door de optant verstrekte gegevens aan de gegevens die in de basisregistratie personen zijn opgenomen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen ingezetenen zijn van zijn gemeente verzoekt hij zo nodig, al naar gelang de plaats waar zij volgens de basisadministratie als ingezetene zijn ingeschreven, aan de burgemeester van de betreffende gemeente om binnen vier weken, of aan de gezaghebber van het betreffende openbaar lichaam, dan wel aan Onze Minister van Algemene Zaken van Aruba, Curaçao of Sint Maarten om binnen tien weken de hem verstrekte gegevens te toetsen.
Met betrekking tot personen die in de optieverklaring zijn genoemd en die geen hoofdverblijf hebben in het Koninkrijk, verzoekt hij, zo nodig, Onze Minister van Buitenlandse Zaken de hem verstrekte gegevens zo mogelijk binnen tien weken te toetsen.
Hij verzoekt Onze Minister van Buitenlandse Zaken de gegevens van personen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen vier weken te toetsen aan de gegevens die zijn opgenomen in het door deze gehouden register.
Hij onderzoekt, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens die niet op de in het eerste tot en met het vierde lid aangegeven wijze kunnen worden getoetst.
De in het tweede tot en met het vierde lid genoemde autoriteiten zijn verplicht de genoemde medewerking te verlenen.