Article 2
in forceQuality requirements
The curator shall possess a certificate of conduct, issued for the performance of the duties of a curator, for himself and for the persons through whom he performs the duties of a curator.
The statement referred to in the first paragraph shall have been issued no earlier than six months prior to the date of the first appointment as curator, or the date of commencement of the performance of the duties, and shall be no older than five years calculated from the date of issue.
The curator shall ensure that the persons through whom he performs the tasks of a curator do not:
be legally incapacitated;
have been placed under mentorship (mentorschap);
be the administrator (bewindvoerder) of the person placed under curatorship within the meaning of Article 287 of the Bankruptcy Act (Faillissementswet), or perform the duties of such an administrator;
be a directly involved or treating healthcare provider, or perform the duties of such a healthcare provider;
belong to the management or to the staff of the institution where the person placed under guardianship is cared for or which provides guidance to the person placed under guardianship.
Paragraphs 1 to 3 inclusive apply mutatis mutandis to administrators (bewindvoerders) and mentors.
De curator beschikt over een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven voor het uitoefenen van de taken van curator, van hemzelf en van de personen door wie hij de taken van een curator uitoefent.
De in het eerste lid bedoelde verklaring is niet eerder afgegeven dan zes maanden voorafgaande aan de datum van de eerste benoeming tot curator, dan wel de datum van aanvang van de uitoefening van de taken, en is niet ouder dan vijf jaren gerekend vanaf de datum van afgifte.
De curator draagt er zorg voor dat de personen door wie hij de taken van een curator uitoefent, niet:
handelingsonbekwaam zijn;
onder mentorschap zijn gesteld;
bewindvoerder van de onder curatele gestelde zijn in de zin van artikel 287 van de Faillissementswet, dan wel de taken van een dergelijke bewindvoerder uitoefenen;
een direct betrokken of behandelend hulpverlener zijn, dan wel de taken van een dergelijke hulpverlener uitoefenen;
behoren tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de onder curatele gestelde wordt verzorgd of die aan de onder curatele gestelde begeleiding biedt.
Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op bewindvoerders en mentoren.