Article 18b
in forceThe institute shall destroy the DNA profile of a deceased victim:
twelve years after registration in the DNA database if the person concerned has died as a result of or is involved in a criminal offence for which the statutory definition provides for a term of imprisonment of less than six years,
twenty years after entry into the DNA database if the person concerned has died as a result of or is involved in an offence for which, according to the statutory definition, a term of imprisonment of six years or more is prescribed, or
eighty years after entry into the DNA database if the person concerned has died as a result of or is involved in an offence which, pursuant to Article 70, paragraph 2, of the Criminal Code, is not subject to a limitation period.
The institute shall destroy the DNA profile of a missing person in accordance with the time limits referred to in the first paragraph, or as soon as the person is no longer a missing person.
The institute shall destroy the DNA profile of an unknown suspect in accordance with the time limits referred to in the first paragraph.
If it concerns a DNA profile of a deceased victim or an unknown suspect as referred to in Article 14, paragraph 7, the time at which that DNA profile must be destroyed in accordance with the periods referred to in the first paragraph shall commence on the day of receipt of the request for the DNA investigation in the context of which the DNA profile was recorded in the criminal case file.
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een overleden slachtoffer:
twaalf jaar na vastlegging in de DNA-databank indien betrokkene is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld,
twintig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien betrokkene is overleden als gevolg van of is betrokken bij een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, dan wel
tachtig jaar na vastlegging in de DNA-databank indien betrokkene is overleden als gevolg van of betrokken is bij een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is.
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een vermist persoon overeenkomstig de termijnen, genoemd in het eerste lid, of zodra de persoon niet langer vermist is.
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een onbekende verdachte overeenkomstig de termijnen, genoemd in het eerste lid.
Indien het een DNA-profiel van een overleden slachtoffer of een onbekende verdachte als bedoeld in artikel 14, zevende lid, betreft, vangt het tijdstip waarop dat DNA-profiel overeenkomstig de termijnen, bedoeld in het eerste lid, dient te worden vernietigd aan op de dag van ontvangst van de aanvraag van het DNA-onderzoek in het kader waarvan het DNA-profiel in het dossier over de strafzaak is vastgelegd.