Article 18a
in forceThe institute shall destroy the DNA profile of a former suspect.
twelve years after a final judgment as referred to in Article 1, under g, has been rendered in connection with an offence for which the statutory definition provides for a term of imprisonment of less than six years, and the DNA profile has been processed in the context of the offence,
twenty years after a final judgment as referred to in Article 1, under g, has been rendered in connection with an offence for which the statutory definition provides for a term of imprisonment of six years or more, and the DNA profile has been processed in the context of the offence,
eighty years after a final judgment as referred to in Article 1, under g, has been rendered in connection with an offence which, pursuant to Article 70, paragraph 2, of the Criminal Code, is not subject to statutory limitation, and in the context of which offence the DNA profile has been processed,
where, in the opinion of the public prosecutor, it is established that a revision to the detriment of the convicted person on the grounds of Article 482a, paragraph 1, opening words and under a, of the Act is excluded, or
immediately after the death of the person concerned.
The periods referred to in the first paragraph, under (a), (b) and (c), shall be six, ten and twenty years respectively, if the former suspect had not yet reached the age of eighteen at the time of committing the act to which the judicial decision relates.
Het instituut vernietigt het DNA-profiel van een gewezen verdachte:
twaalf jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van minder dan zes jaar is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt,
twintig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt,
tachtig jaar nadat een einduitspraak als bedoeld in artikel 1, onder g, is gedaan in verband met een misdrijf dat op grond van artikel 70, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht niet aan verjaring onderhevig is, en in het kader van het misdrijf het DNA-profiel is verwerkt,
wanneer naar het oordeel van de officier van justitie vaststaat dat herziening ten nadele op grond van artikel 482a, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet uitgesloten is, dan wel
terstond na het overlijden van betrokkene.
De in het eerste lid, onder a, b en c, genoemde termijnen belopen zes, tien, respectievelijk twintig jaar indien de gewezen verdachte ten tijde van het begaan van het feit waarop de rechterlijke uitspraak betrekking heeft de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt.