Dutch Legislation

Article 7

in force

Berne Convention for the Protection of Literary and Artistic Works · In force since 1986-01-30

Source
1).

The term of protection granted by this Convention shall be the life of the author and fifty years after his death.

2).

However, in the case of cinematographic works, the countries of the Union may provide that the term of protection shall expire fifty years after the work has been made available to the public with the consent of the author, or, failing such an event within fifty years from the making of such a work, fifty years after the making.

3).

In the case of anonymous or pseudonymous works, the term of protection granted by this Convention shall expire fifty years after the work has been lawfully made available to the public. However, when the pseudonym adopted by the author leaves no doubt as to his identity, the term of protection shall be that provided in paragraph (1). If the author of an anonymous or pseudonymous work discloses his identity during the above-mentioned period, the term of protection applicable shall be that provided in paragraph (1). The countries of the Union shall not be required to protect anonymous or pseudonymous works in respect of which it is reasonable to presume that their author has been dead for fifty years.

4).

It shall be a matter for legislation in the countries of the Union to determine the term of protection of photographic works and that of works of applied art in so far as they are protected as artistic works; however, this term shall last at least until the end of a period of twenty-five years from the making of such a work.

5).

The term of protection subsequent to the death of the author and the terms provided by paragraphs (2), (3) and (4) shall run from the date of death or of the event referred to in those paragraphs, but such terms shall always be deemed to begin on the first of January of the year following the death or such event.

6).

The countries of the Union may grant a term of protection in excess of those provided by the preceding paragraphs.

7).

Those countries of the Union bound by the Rome Act of this Convention which grant, in their national legislation in force at the time of signature of the present Act, shorter terms of protection than those provided for in the preceding paragraphs shall have the right to maintain such terms when ratifying or acceding to the present Act.

8).

In any case, the term shall be governed by the legislation of the country where protection is claimed; however, unless the legislation of that country otherwise provides, the term shall not exceed the term fixed in the country of origin of the work.

1).

De duur der bescherming die door deze Conventie wordt toegekend, omvat het leven van de auteur en vijftig jaren na zijn dood.

2).

Voor cinematografische werken hebben de landen van de Unie evenwel de bevoegdheid te bepalen dat de duur der bescherming verstrijkt vijftig jaar nadat het werk met toestemming van de auteur voor het publiek toegankelijk is gemaakt of dat, bij gebreke van een zodanige gebeurtenis binnen vijftig jaar, te rekenen van de vervaardiging van dat werk, de duur der bescherming vijftig jaar na de vervaardiging verstrijkt.

3).

Voor anonieme of pseudonieme werken verstrijkt de duur der door deze Conventie toegekende bescherming vijftig jaar nadat het werk op geoorloofde wijze voor het publiek toegankelijk is gemaakt. Wanneer evenwel de door de auteur aangenomen schuilnaam geen enkele twijfel aan zijn identiteit laat, is de beschermingsduur die welke is voorzien in het eerste lid. Indien de auteur van een anoniem of pseudoniem werk zijn identiteit tijdens het hierboven aangegeven tijdvak openbaart is de toe te passen beschermingstermijn die welke is voorzien in het eerste lid. De landen van de Unie zijn niet gehouden de anonieme of pseudonieme werken te beschermen waarvan de auteur - naar men redelijkerwijs mag veronderstellen - sedert vijftig jaar dood is.

4).

Het is aan de wetgeving van de landen van de Unie voorbehouden de duur der bescherming van de fotografische werken en werken van toegepaste kunst die als werken van kunst worden beschermd, te regelen; deze beschermingsduur mag echter niet korter zijn dan een periode van vijfentwintig jaar te rekenen van de vervaardiging van dat werk.

5).

De beschermingstermijn na de dood van de auteur en de in het tweede, derde en vierde lid hierboven voorziene termijnen nemen een aanvang op de datum van de dood of van de in deze leden bedoelde gebeurtenis, maar de duur van deze termijnen wordt slechts berekend met ingang van de eerste januari van het jaar volgende op de dood of die gebeurtenis.

6).

De landen van de Unie hebben de bevoegdheid een langere beschermingsduur toe te kennen dan die bedoeld in de voorgaande leden.

7).

De landen van de Unie die zijn gebonden door de Akte van Rome van deze Conventie en die in hun nationale wetgeving die van kracht is op het tijdstip van de ondertekening van deze Akte, kortere termijnen toekennen dan die welke bedoeld zijn in de voorgaande leden, hebben de bevoegdheid, deze bij toetreding tot of bekrachtiging van deze Akte te handhaven.

8).

In alle gevallen wordt de duur geregeld door de wet van het land waar de bescherming wordt ingeroepen; tenzij de wetgeving van dat land anders beschikt overschrijdt hij evenwel niet de in het land van oorsprong van het werk vastgestelde duur.