Dutch Legislation

Article 14bis

in force

Berne Convention for the Protection of Literary and Artistic Works · In force since 1986-01-30

Source
1).

Without prejudice to the copyright in any work which may have been adapted or reproduced, a cinematographic work shall be protected as an original work. The owner of copyright in a cinematographic work shall enjoy the same rights as the author of an original work, including the rights referred to in the preceding Article.

a.

Ownership of copyright in a cinematographic work shall be a matter for legislation in the country where protection is claimed.

b.

However, in the countries of the Union which, by legislation, include among the owners of copyright in a cinematographic work authors who have brought contributions to the making of the work, such authors, if they have undertaken to bring such contributions, may not, in the absence of any contrary or special stipulation, object to the reproduction, distribution, public performance, communication to the public by wire, broadcasting or any other communciation to the public, or to the subtitling or dubbing of texts, of the work.

c.

The question whether or not the form of the undertaking referred to above should, for the application of the preceding subparagraph (b), be in a written agreement or a written act of the same effect shall be a matter for the legislation of the country where the maker of the cinematographic work has his headquarters or habitual residence. However, it shall be a matter for the legislation of the country of the Union where protection is claimed to provide that the said undertaking shall be in a written agreement or a written act of the same effect. The countries whose legislation so provides shall notify the Director General by means of a written declaration, which will be immediately communicated by him to all the other countries of the Union.

d.

By “contrary or special stipulation” is meant any restrictive condition which is relevant to the aforesaid undertaking.

3).

Unless the national legislation provides to the contrary, the provisions of paragraph (2) (b) above shall not be applicable to authors of scenarios, dialogues and musical works created for the making of the cinematographic work, nor to the principal director thereof. However, those countries of the Union whose legislation does not contain rules providing for the application of the said paragraph (2) (b) to such director shall notify the Director General by means of a written declaration,which will be immediately communicated by him to all the other countries of the Union.

1).

Onverminderd de rechten van de auteur van elk werk dat is bewerkt of verveelvuldigd, wordt het cinematografische werk beschermd als een oorspronkelijk werk. De rechthebbende op het auteursrecht op het cinematografische werk geniet dezelfde rechten als de auteur van een oorspronkelijk werk waaronder de in het voorgaande artikel bedoelde rechten zijn begrepen.

a.

Het is aan de wetgeving van het land waar de bescherming wordt ingeroepen voorbehouden te bepalen wie de rechthebbenden op het auteursrecht op het cinematografische werk zijn.

b.

In de landen van de Unie waar de wetgeving als rechthebbenden mede erkent de auteurs die bijdragen hebben geleverd aan de totstandkoming van het cinematografische werk kunnen dezen, wanneer zij zich verbonden hebben tot het leveren van die bijdragen, behoudens andersluidende of bijzondere bepalingen, zich evenwel niet verzetten tegen de verveelvoudiging, het in omloop brengen, de openbare opvoering en uitvoering, de overbrenging per draad aan het publiek, de radio-uitzending, de mededeling aan het publiek, het aanbrengen van ondertitels en het nasynchroniseren van de teksten van het cinematografische werk.

c.

De vraag of de hierboven bedoelde verbintenis voor de toepassing van het onder b bepaalde al dan niet moet zijn aangegaan in de vorm van een schriftelijk contract of een daaraan gelijkwaardig schriftelijk stuk wordt geregeld door de wetgeving van het land van de Unie waar de producent van het cinematografische werk zijn zetel of zijn verblijfplaats heeft. Aan de wetgeving van het land van de Unie waar de bescherming wordt ingeroepen is evenwel de bevoegdheid voorbehouden te bepalen dat deze verbintenis in een schriftelijk contract of in een daaraan gelijkwaardig schriftelijk stuk moet worden opgesteld. De landen die van deze bevoegdheid gebruik maken moeten daarvan kennis geven aan de Directeur-Generaal door een schriftelijke verklaring die door deze laatste onmiddellijk ter kennis van alle andere landen van de Unie wordt gebracht.

d.

Onder „andersluidende of bijzondere bepaling” dient te worden verstaan elke beperkende voorwaarde die aan genoemde verbintenis kan worden verbonden.

3).

Tenzij de nationale wetgeving anders bepaalt, zijn de bepalingen van het tweede lid, onder b, niet van toepassing op auteurs van scenario's, dialogen en muziekwerken die zijn gemaakt voor het tot stand brengen van het cinematografische werk noch op degene die bij het tot stand brengen daarvan de leiding heeft. De landen van de Unie wier wetgeving evenwel geen bepalingen bevat, waarbij wordt voorzien in de toepassing van het tweede lid, onder b, op degene die bij het tot stand brengen van de film de leiding heeft, moeten daarvan kennis geven aan de Directeur-Generaal door een schriftelijke verklaring die door de laatste onmiddellijk ter kennis van alle andere landen van de Unie wordt gebracht.