Article 11
in forceHeffing van belasting bij wege van aanslag
The tax assessment is determined by the inspector.
The inspector may deviate from the tax return when determining the assessment, as well as determine the assessment ex officio.
The authority to determine the tax assessment shall lapse upon the expiry of three years from the time at which the tax debt arose. If an extension has been granted for the filing of a tax return, this period shall be extended by the duration of such extension. If, within six months prior to the end of the period referred to in the first sentence, a petition as referred to in Article 6, paragraph 2 or 3, is submitted or information as referred to in Article 9, paragraph 4, is provided, that period shall be extended by six months.
For the application of the third paragraph, a tax debt, the amount of which can only be determined after the expiry of the period over which the tax is levied, shall be deemed to have arisen at the time that period ends.
De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur.
De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de aanslag ambtshalve vaststellen.
De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd. Indien binnen zes maanden voor het einde van de termijn, bedoeld in de eerste zin, een verzoek als bedoeld in artikel 6, tweede of derde lid, wordt gedaan of gegevens als bedoeld in artikel 9, vierde lid, worden verstrekt, wordt die termijn met zes maanden verlengd.
Voor de toepassing van het derde lid wordt belastingschuld, waarvan de grootte eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, geacht te zijn ontstaan op het tijdstip waarop dat tijdvak eindigt.