Dutch Legislation

Article 22

in force

Procedure for implementation by the Benefits Agency (Dienst Toeslagen) · § Payment and recovery

Income-Dependent Schemes Act (Awir) · Chapter 2 · § 3 · In force since 2026-01-01

Source
1.

An advance payment granted prior to the commencement of the calculation year to which the advance payment relates shall be paid in 12 instalments. The payment of the first instalment shall take place in the month of December preceding the calculation year, and each subsequent instalment shall take place one month later.

2.

An advance payment granted during the calculation year to which the advance relates, and for which the decision is dated prior to 1 November of that year, shall be paid in as many instalments as there are calendar months remaining in that year after the month of the date of the decision. The payment of the first instalment shall take place in the month of the date of the decision, and each subsequent instalment shall take place one month later.

3.

If the interested party is entitled to an allowance for a part of the calculation year, the advance payment shall, in deviation from the preceding paragraphs, be paid out in as many instalments as the number of calendar months in which the entitlement exists. The payment of the first instalment shall not take place earlier than in the month preceding the month in which the entitlement arises.

4.

If a decision by which an advance is granted for the first time for the calculation year bears a date that falls after the month in which the entitlement arose, the advance, insofar as it relates to the calendar months already elapsed in the calculation year in which the entitlement existed, including the month of the date of the decision, shall be paid in one lump sum in the month of the date of the decision, and the remaining part of the advance shall be paid in accordance with the second paragraph.

5.

An advance payment granted during or after the end of the calculation year to which the advance payment relates, and for which the decision bears a date after 31 October of that year, shall be paid in a single amount in the month of the date of the decision.

6.

In the event that a situation of interregional or international law applies to the payment of an advance, the payment may take place at a time other than that determined in the preceding paragraphs.

7.

If an executory attachment has been levied on an amount to be paid in one or more instalments on the basis of an advance, the attachment shall be deemed to also include an amount to be paid in instalments of an advance within the framework of the same income-related scheme for a subsequent year, insofar as:

a.

the instalments of the advances to be paid shall follow consecutively, and

b.

the debt for which the attachment has been levied has not been satisfied in full.

8.

If, pursuant to Article 26, paragraph 2, the decision for recovery has been determined at a lower amount, a subsequent advance payment shall only be paid out insofar as the amount to be paid out exceeds the amount by which the decision for recovery has been reduced.

1.

Een voorschot dat wordt verleend vóór de aanvang van het berekeningsjaar waarop het voorschot betrekking heeft, wordt uitbetaald in 12 termijnen. De uitbetaling van de eerste termijn vindt plaats in de maand december voorafgaand aan het berekeningsjaar en elke volgende termijn telkens een maand later.

2.

Een voorschot dat wordt verleend in de loop van het berekeningsjaar waarop het voorschot betrekking heeft, en waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt vóór 1 november van dat jaar, wordt uitbetaald in zoveel termijnen als er na de maand van dagtekening nog kalendermaanden van dat jaar overblijven. De uitbetaling van de eerste termijn vindt plaats in de maand van dagtekening en elke volgende termijn telkens een maand later.

3.

Indien de belanghebbende voor een deel van het berekeningsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming wordt, in zoverre in afwijking van de voorgaande leden, het voorschot in zoveel termijnen uitbetaald als het aantal kalendermaanden waarin de aanspraak bestaat. De uitbetaling van de eerste termijn vindt niet eerder plaats dan in de maand voorafgaand aan de maand waarin de aanspraak ontstaat.

4.

Indien een beschikking waarbij over het berekeningsjaar voor het eerst een voorschot wordt verleend een dagtekening heeft die ligt na de maand waarin de aanspraak is ontstaan, wordt het voorschot voorzover dat betrekking heeft op de in het berekeningsjaar reeds verstreken kalendermaanden waarin de aanspraak bestond met inbegrip van de maand van dagtekening van de beschikking, in één bedrag uitbetaald in de maand van dagtekening en wordt het daarna nog resterende deel van het voorschot uitbetaald overeenkomstig het tweede lid.

5.

Een voorschot dat wordt verleend in de loop van of na afloop van het berekeningsjaar waarop het voorschot betrekking heeft en waarvan de beschikking een dagtekening heeft die ligt na 31 oktober van dat jaar, wordt in één bedrag uitbetaald in de maand van dagtekening.

6.

Ingeval er bij de uitbetaling van een voorschot een situatie van interregionaal of internationaal recht van toepassing is, kan de uitbetaling op een ander moment dan als bepaald in de voorgaande leden plaatsvinden.

7.

Indien executoriaal beslag is gelegd op een in een of meer termijnen uit te betalen bedrag op grond van een voorschot, wordt het beslag geacht mede te omvatten een in termijnen uit te betalen bedrag van een voorschot in het kader van dezelfde inkomensafhankelijke regeling voor een volgend jaar voor zover:

a.

de uit te betalen termijnen van de voorschotten op elkaar aansluiten, en

b.

de schuld waarvoor beslag is gelegd niet geheel is voldaan.

8.

Indien op grond van artikel 26, tweede lid, de beschikking tot terugvordering tot een lager bedrag is vastgesteld, wordt een daaropvolgend voorschot slechts uitbetaald voor zover het uit te betalen bedrag hoger is dan het bedrag waarmee de beschikking tot terugvordering is verlaagd.