Dutch Legislation

Article 28a

in force

Supervision and official orders

Working Conditions Act (Arbowet) · Chapter 5 · In force since 2025-01-01

Source
1.

An official designated for that purpose by Our Minister and falling under his authority may, after a violation of a rule or prohibition established by or pursuant to this Act has been established which is subject to an administrative fine or is punishable under the Economic Offences Act, issue a written warning to the employer or the self-employed person that in the event of a repetition of the violation or a subsequent violation of the same statutory obligation or prohibition indicated in the warning, or of similar obligations or prohibitions to be designated by or pursuant to an order in council, an order may be imposed by him that activities designated by him be suspended for a maximum of three months or may not be commenced. Articles 24, paragraph 2, and 27, paragraph 4, shall apply mutatis mutandis.

2.

If a warning as referred to in the first paragraph has been issued and a repetition of the violation or a subsequent violation as referred to in the first paragraph has been established, the official referred to in the first paragraph may, by decision, impose an order as referred to in the first paragraph on the employer or the self-employed person, which shall be complied with as of the time indicated in the decision. This decision shall not be issued as long as an administrative fine has not yet been imposed or a report (proces-verbaal) has not yet been drawn up in respect of the first violation referred to in the first paragraph.

3.

The finding of the violation, as referred to in the first or second paragraph, shall be recorded in a fine report or an official report (proces-verbaal).

4.

The warning, referred to in the first paragraph, shall lapse if five years have passed after the date of the warning.

5.

The official, referred to in the first paragraph, is authorised with respect to the order, referred to in the second paragraph, to take the necessary measures, to give the necessary instructions and to call upon the assistance of the public authorities.

6.

Every person whom this concerns is obliged to conduct themselves in accordance with an order as referred to in the second paragraph and a measure or instruction as referred to in the fifth paragraph.

7.

Further rules shall be laid down by or pursuant to an Order in Council (algemene maatregel van bestuur) with respect to the first and second paragraphs.

1.

Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar kan, nadat een overtreding van een voorschrift of verbod bij of krachtens deze wet is geconstateerd die bestuurlijk beboetbaar is gesteld of op grond van de Wet op de economische delicten strafbaar is gesteld, aan de werkgever of de zelfstandige een schriftelijke waarschuwing geven dat bij herhaling van de overtreding of bij een latere overtreding van eenzelfde in de waarschuwing aangegeven wettelijke verplichting of verbod of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen of verboden, door hem een bevel kan worden opgelegd dat door hem aangewezen werkzaamheden voor ten hoogste drie maanden worden gestaakt dan wel niet mogen worden aangevangen. De artikelen 24, tweede lid, en 27, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien een waarschuwing als bedoeld in het eerste lid is gegeven en herhaling van de overtreding of een latere overtreding als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, kan door de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan de werkgever of de zelfstandige bij beschikking een bevel als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd dat wordt opgevolgd met ingang van het in de beschikking aangeven tijdstip. Deze beschikking wordt niet gegeven zolang wegens de eerste overtreding, bedoeld in het eerste lid, nog niet een bestuurlijke boete is opgelegd of een proces-verbaal is opgemaakt.

3.

De constatering van de overtreding, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt vastgelegd in een boeterapport of proces-verbaal.

4.

De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, vervalt indien na de dagtekening van de waarschuwing vijf jaren zijn verstreken.

5.

De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd met betrekking tot het bevel, bedoeld in het tweede lid, de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen.

6.

Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel als bedoeld in het tweede lid en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.