Artikel 1:95
geldendDe wettelijke gemeenschap van goederen · Algemene bepalingen
Een goed dat een echtgenoot anders dan om niet verkrijgt, blijft buiten de gemeenschap indien de tegenprestatie bij de verkrijging van dit goed voor meer dan de helft ten laste komt van zijn eigen vermogen. Voor zover de tegenprestatie ten laste van de gemeenschap komt, is de echtgenoot gehouden tot een vergoeding aan de gemeenschap. Het beloop van de vergoeding wordt bepaald overeenkomstig artikel 87, tweede en derde lid.
Indien een goed tot de gemeenschap gaat behoren en een echtgenoot bij de verkrijging uit zijn eigen vermogen aan de tegenprestatie heeft bijgedragen, komt deze echtgenoot een vergoedingsvordering toe, waarvan het beloop overeenkomstig artikel 87, tweede en derde lid, wordt bepaald.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Personen- en familierecht. Relatievermogensrecht. Art. 1:94 lid 7 BW. Halvering meerinbreng? Man en vrouw hebben vóór hun huwelijk samen woning verkregen. Man en vrouw hebben over en weer recht op vergoeding wegens meerinbreng i.v.m. betaling door man van koopsom en i.v.m. aflossing door vrouw op lening die is aangegaan ter financiering van verbouwing. Vervolgens trouwen zij in 2018 in gemeenschap van goederen, waardoor woning in huwelijksgemeenschap valt. Vorderingen tot vergoeding i.v.m. betaling koopsom en aflossing lening vallen niet in huwelijksgemeenschap. Vallen met die vorderingen corresponderende schulden wel in huwelijksgemeenschap?
Uitspraak op rechtspraak.nlPersonen- en familierecht. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Woning gekocht met lening die is kwijtgescholden onder uitsluitingsclausule. Is woning gemeenschappelijk of privé eigendom? Strekking samenstel gelijktijdig verrichte rechtshandelingen. Analoge toepassing art. 1:124 lid 2 (oud) BW op wettelijke gemeenschap van goederen? Totstandkomingsgeschiedenis art. 1:95 lid 1 BW.
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Geschil tussen voormalig echtelieden bij verdeling van hun huwelijksgemeenschap over de vraag of de tijdens het huwelijk aan de vrouw uitgekeerde immateriële schadevergoeding, waarmee zij een perceel grond heeft gekocht waarop later de voormalige echtelijke woning is gebouwd, in de gemeenschap is gevallen dan wel wegens verknochtheid daarbuiten is gebleven; verknochtheid als bedoeld in art. 1:94 lid 3 BW; invloed zaaksvervanging; finaal verrekenbeding, aard en strekking; toepasselijkheid art. 1:95 lid 2 BW .
Uitspraak op rechtspraak.nlFamilierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden bij afwikkeling van hun huwelijk over de verrekening volgens huwelijkse voorwaarden; gevolgen van finaal verrekenbeding, verrekening op basis van pseudo-gemeenschap van goederen, uitleg beding.
Uitspraak op rechtspraak.nl