Artikel 1:399
geldendLevensonderhoud · Algemene bepalingen
De rechter kan de verplichting van bloed- en aanverwanten tot levensonderhoud matigen op grond van zodanige gedragingen van de tot onderhoud gerechtigde, dat verstrekking van levensonderhoud naar redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd; onverminderd hetgeen in de volgende afdeling is bepaald omtrent de voorziening in de kosten van de verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen.
Uitspraken van de Hoge Raad waarin dit artikel wordt toegepast.
Familierecht. Geschil tussen vader en een meerderjarig kind over de vaststelling van een bijdrage in kosten van levensonderhoud en studie; strekking van art. 1:395a BW, matigingsbevoegdheid als bedoeld in art. 1:399 BW.Inhoudsindicatie volgt.
Uitspraak op rechtspraak.nl