Nederlandse wetgeving

Artikel 1:398

geldend

Levensonderhoud · Algemene bepalingen

Burgerlijk Wetboek — Boek 1 · Titel 17 · Afdeling 1 · Geldig vanaf 1998-04-01

Bron
1.

Wanneer hij die tot levensonderhoud verplicht is, buiten staat is het daartoe vereiste geld op te brengen, kan de rechtbank bevelen, dat hij de bloed- of aanverwant, aan wie hij levensonderhoud verschuldigd is, bij zich in huis zal nemen en aldaar van het nodige voorzien.

2.

Ouders zijn steeds bevoegd de rechter te verzoeken hun toe te staan zich van hun onderhoudsplicht jegens hun behoeftig meerderjarig kind op de in het eerste lid omschreven wijze te kwijten.