Dutch Legislation

Article 66

in force

Voluntary insurance

Sickness Benefits Act (ZW) · Chapter IV · In force since 2018-01-01

Source
1.

The petition for admission to the voluntary insurance shall be submitted to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen):

a.

by the persons referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraphs a, b and c, within thirteen weeks after the end of their compulsory insurance;

b.

by the persons referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraph (f), within thirteen weeks after the date of the order by which the right to a benefit was terminated;

c.

by the persons referred to in Article 64, paragraph 1, parts g, h and i, within thirteen weeks after the date of the decision by which the incapacity for work benefit was granted, revised or withdrawn, respectively.

d.

by the person referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraph (j): within thirteen weeks after the day on which his activities as a self-employed person or his activities as the spouse (echtgenoot) of the self-employed person in the latter's conduct of a business or profession, have commenced;

e.

by the person referred to in Article 64, paragraph 2, subparagraph (a): within thirteen weeks after the day on which the compulsory insurance has ended;

f.

by the person referred to in Article 64, paragraph 2, parts b, c and e: within thirteen weeks after the day of his departure abroad or, if the activities referred to in Article 64, paragraph 2, part c, are performed in the Netherlands, within thirteen weeks after the day on which those activities commenced;

g.

by the person referred to in Article 64, paragraph 2, subparagraph (d): within thirteen weeks after the day on which his activities outside the Netherlands commenced.

2.

The persons referred to in paragraph 1, subparagraph (c), shall be deemed to have submitted a petition for admission within thirteen weeks after the date of the decision, if this petition is made within four weeks after the day on which they could reasonably have taken cognizance of that decision.

3.

The Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) is authorised to declare that a petition for admission to voluntary insurance, submitted after the period prescribed for that purpose pursuant to this Act or the provisions based thereon, shall be deemed to have been received in a timely manner if the person who submitted the petition cannot reasonably be deemed to have been in default.

4.

Voluntary insurance shall commence:

a.

for the person referred to in Article 64, paragraph 1, parts a, b and c, and paragraph 2, part a: on the day following that on which the compulsory insurance has ended;

b.

for the person referred to in Article 64, paragraph 1, parts d, e and j: on the day of receipt of his petition for admission;

c.

for the person referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraph f: on the day from which the right to a benefit under the Work and Income (Capacity for Work) Act (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) has been terminated;

d.

for the person referred to in Article 64, paragraph 1, subparagraphs (g), (h) and (i): on the day as of which the incapacity for work benefit pursuant to the Incapacity Insurance Act (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) is granted, revised or withdrawn;

e.

for the person referred to in Article 64, paragraph 2, parts (b), (c) and (e): on the day of his departure abroad or, if the activities referred to in Article 64, paragraph 2, part (c) are performed in the Netherlands, on the day on which those activities commenced;

f.

for the person referred to in Article 64, paragraph 2, subparagraph d: on the day on which his activities outside the Netherlands commenced.

1.

Het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:

a.

door de in artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, bedoelde personen binnen dertien weken na het einde van hun verplichte verzekering;

b.

door de in artikel 64, eerste lid, onderdeel f, bedoelde personen binnen dertien weken na dagtekening van de beschikking waarbij het recht op een uitkering werd beëindigd;

c.

door de in artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i, bedoelde personen binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking, waarbij de arbeidsongeschiktheidsuitkering onderscheidenlijk werd toegekend, herzien of ingetrokken.

d.

door de in artikel 64, eerste lid, onderdeel j, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden als zelfstandige of zijn werkzaamheden als echtgenoot van de zelfstandige in diens bedrijfs- of beroepsuitoefening, een aanvang hebben genomen;

e.

door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop de verplichte verzekering is geëindigd;

f.

door de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, binnen dertien weken na de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen;

g.

door de in artikel 64, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: binnen dertien weken na de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen.

2.

De in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde personen worden geacht een verzoek om toelating binnen dertien weken na de dagtekening van de beschikking te hebben gedaan, indien dit verzoek geschiedt binnen vier weken na de dag, waarop zij redelijkerwijze hebben kunnen kennis nemen van die beschikking.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd te verklaren dat een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering, ingediend na de daartoe op grond van deze wet of de daarop berustende bepalingen gestelde termijn, geacht wordt tijdig te zijn ingekomen, indien de persoon die het verzoek heeft gedaan, redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.

4.

De vrijwillige verzekering vangt aan:

a.

voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a, bedoelde persoon: op de dag na die, waarop de verplichte verzekering is geëindigd;

b.

voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen d, e en j, bedoelde persoon: op de dag van ontvangst van zijn verzoek om toelating;

c.

voor de in artikel 64, eerste lid, onderdeel f, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is beëindigd;

d.

voor de in artikel 64, eerste lid, onderdelen g, h en i, bedoelde persoon: op de dag met ingang waarvan de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt toegekend, herzien of ingetrokken;

e.

voor de in artikel 64, tweede lid, onderdelen b, c en e bedoelde persoon: op de dag van zijn vertrek naar het buitenland dan wel, indien de in artikel 64, tweede lid, onderdeel c, bedoelde werkzaamheden worden verricht in Nederland, op de dag waarop die werkzaamheden een aanvang hebben genomen;

f.

voor de in artikel 64, tweede lid, onderdeel d, bedoelde persoon: op de dag, waarop zijn werkzaamheden buiten Nederland een aanvang hebben genomen.