Article 93c
in forceAdministrative enforcement
For the implementation of Regulation (EU) 2019/1020, our Minister may, if no other effective means are available to eliminate a serious risk as referred to in Article 3, point 20, of Regulation (EU) 2019/1020 posed by a construction product, impose an independent order on the person capable of doing so to remove content from or restrict access to an online interface, or to order the clear display of a warning to end-users when they access an online interface.
If a requirement as referred to in the first paragraph has not been complied with within the period set for that purpose, Our Minister may impose an independent order on a provider of information society services to take all measures that can reasonably be expected of it to restrict access to an online interface, including by requesting a third party eligible for this purpose to implement such measures.
The person to whom an independent instruction as referred to in the first or second paragraph is addressed, shall act in accordance with that instruction.
Pursuant to the first or second paragraph, no independent order may be imposed that leads to the blocking or filtering of internet traffic.
For an independent order as referred to in the first or second paragraph, prior authorisation from the examining magistrate (rechter-commissaris) is required. The petition for the issuance of an authorisation shall state the grounds for the proportionality and subsidiarity of the request. The examining magistrate (rechter-commissaris) may hear the Public Prosecution Service before deciding. Article 171 of the Code of Criminal Procedure applies mutatis mutandis.
Against the decision of the examining magistrate referred to in the fifth paragraph, insofar as the petition for an authorisation has not been granted, an appeal may be lodged by Our Minister with the court, criminal law section, within fourteen days.
Our Minister shall make the authorisation of the examining magistrate (rechter-commissaris) public simultaneously with the independent order referred to in the first or second paragraph.
Our Minister may impose an administrative enforcement order subject to a penalty for non-compliance (last onder dwangsom) upon any person who acts in contravention of the third paragraph.
Ter uitvoering van verordening (EU) 2019/1020 kan Onze Minister, indien er geen andere doeltreffende middelen voorhanden zijn om een ernstig risico als bedoeld in artikel 3, onderdeel 20, van verordening (EU) 2019/1020, gevormd door een bouwproduct, weg te nemen, een zelfstandige last opleggen aan degene die daartoe in staat is, om inhoud te verwijderen van of de toegang te beperken tot een online interface of opdracht te geven tot de duidelijke weergave van een waarschuwing voor eindgebruikers wanneer zij zich toegang verschaffen tot een online interface.
Indien niet binnen de daarvoor gestelde termijn aan een last als bedoeld in het eerste lid is voldaan, kan Onze Minister een zelfstandige last opleggen aan een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de toegang tot een online interface te beperken, onder meer door een daarvoor in aanmerking komende derde te verzoeken dergelijke maatregelen uit te voeren.
Degene tot wie een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is gericht, handelt overeenkomstig die last.
Op grond van het eerste of tweede lid kan geen zelfstandige last worden opgelegd die leidt tot het blokkeren of filteren van internetverkeer.
Voor een zelfstandige last als bedoeld in het eerste of tweede lid is voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris, bedoeld in het vijfde lid, staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor Onze Minister binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank, sector strafrecht.
Onze Minister maakt de machtiging van de rechter-commissaris gelijktijdig met de zelfstandige last, bedoeld in het eerste of tweede lid, bekend.
Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen aan degene die handelt in strijd met het derde lid.