Article 134
in forceFinal and transitional provisions
For the purposes of this article, an approved institution (toegelaten instelling) shall be understood to mean: an approved institution as referred to in Article 19 of the Housing Act (Woningwet), which existed as such on 1 July 2015.
The provisions laid down by or pursuant to this Act regarding affiliated undertakings shall, without prejudice to Article 21a, have no consequences for an affiliated undertaking that is not a subsidiary and that has resulted from a demerger as referred to in Article 334a paragraph 3 of Book 2 of the Civil Code, in which an admitted institution (toegelaten instelling) is involved and which took place before 1 July 2015, if that demerger:
had the purpose of terminating a situation that was in conflict with Article 70, paragraph 1, of this Act as it read on 30 June 2015, and which was permitted until that demerger, and
is approved by Our Minister.
The provisions laid down by or pursuant to Article 21c, paragraph 1, shall not affect transactions entered into by approved institutions prior to 1 July 2015 with financial institutions that do not belong to a category as referred to in Article 21c, paragraph 1, for the construction or acquisition of immovable property and immovable and infrastructural appurtenances. For the application of Article 21c, paragraph 2, second sentence, the transactions referred to in the first sentence shall also be taken into account.
The provisions laid down by or pursuant to Articles 25 and 30 shall have no consequences for the appointment or designation of persons as a director of an admitted institution or as a member of a body of an admitted institution to which the supervision of the management has been entrusted, which took place before 1 July 2015.
The provisions laid down by and pursuant to Article 45 shall not affect the permissibility of activities of approved institutions and of undertakings affiliated with them within the meaning of Article 1, paragraph 2, of that Act, which were commenced before 1 July 2015, or with respect to which it appears from written documents relating exclusively to those activities that such commencement was intended, and which were permitted or approved before 1 July 2015 pursuant to the provisions laid down by and pursuant to this Act as it read before 1 July 2015, or as evidenced by any decision taken in that regard by or on behalf of Our Minister of Housing, Spatial Planning and the Environment, Our Minister for Housing, Communities and Integration, Our Minister of the Interior and Kingdom Relations, or Our Minister, or by any communication made in that regard by or on behalf of one of those ministers.
Regulations may be provided by or pursuant to an Order in Council regarding the application of the second and fifth paragraphs.
In dit artikel wordt verstaan onder toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, die op 1 juli 2015 als zodanig bestond.
Het bepaalde bij en krachtens deze wet omtrent verbonden ondernemingen heeft, onverminderd artikel 21a, geen gevolgen voor een verbonden onderneming die geen dochtermaatschappij is en die is voortgekomen uit een afsplitsing als bedoeld in artikel 334a lid 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij een toegelaten instelling is betrokken en die heeft plaatsgevonden voor 1 juli 2015, indien die afsplitsing:
ten doel had om een situatie die strijdig was met artikel 70, eerste lid, van deze wet zoals die luidde op 30 juni 2015, en die tot die afsplitsing was toegestaan, op te heffen, en
is goedgekeurd door Onze Minister.
Het bepaalde bij en krachtens artikel 21c, eerste lid, heeft geen gevolgen voor de transacties die door toegelaten instellingen voor 1 juli 2015 zijn aangegaan met financiële instellingen die niet behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 21c, eerste lid, voor het doen bouwen of verwerven van onroerende zaken en onroerende en infrastructurele aanhorigheden. Voor de toepassing van artikel 21c, tweede lid, tweede volzin, worden de in de eerste volzin bedoelde transacties mede in aanmerking genomen.
Het bepaalde bij en krachtens de artikelen 25 en 30 heeft geen gevolgen voor de benoeming of aanwijzing van personen tot bestuurder van een toegelaten instelling of tot lid van een orgaan van een toegelaten instelling waaraan het toezicht op het bestuur is opgedragen, die voor 1 juli 2015 heeft plaatsgevonden.
Het bepaalde bij en krachtens artikel 45 heeft geen gevolgen voor het toegestaan zijn van werkzaamheden van toegelaten instellingen en van met hen in de zin van artikel 1, tweede lid, van die wet verbonden ondernemingen, waarmee voor 1 juli 2015 een aanvang is gemaakt, of met betrekking tot welke uit schriftelijke, uitsluitend op die werkzaamheden betrekking hebbende, stukken blijkt dat die aanvang werd beoogd, en die voor 1 juli 2015 waren toegestaan of zijn goedgekeurd ingevolge het bepaalde bij en krachtens deze wet zoals die voor 1 juli 2015 luidde of blijkens enig daaromtrent door of vanwege Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dan wel Onze Minister genomen besluit of enige daaromtrent door of vanwege een van die ministers gedane mededeling.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het tweede en vijfde lid.