Article 17
in forceBijzondere bepalingen
If, in the judgment of the municipal executive (college van burgemeester en wethouders), repeated violation of regulations established pursuant to Section 4.3 of the Environment and Planning Act (Omgevingswet) regarding construction activities, demolition activities, and the use and maintenance of structures, or of regulations regarding the use or condition of open yards and grounds provided for in an environment and planning plan (omgevingsplan), is accompanied by a danger to health or safety, the municipal executive (college van burgemeester en wethouders) may decide to close that structure, open yard, or grounds.
If, in the judgment of the municipal executive (college van burgemeester en wethouders), repeated violation of regulations concerning the use of buildings, open yards or grounds, or the prevention of nuisance as provided for in an environmental plan, is accompanied by a threat to the quality of life, the municipal executive may decide to close that building, open yard or ground.
The municipal executive may, upon the closure referred to in the first and second paragraphs, recover the costs due pursuant to Article 5:25 of the General Administrative Law Act from the offender by way of a writ of execution.
The municipal executive (college van burgemeester en wethouders) shall determine the duration of the closure in the decision referred to in the first and second paragraphs.
Indien herhaaldelijke overtreding van op grond van artikel 4.3 van de Omgevingswet gestelde voorschriften voor bouwactiviteiten, sloopactiviteiten en het gebruik en het in stand houden van bouwwerken of van voorschriften over het gebruik of de staat van open erven en terreinen gegeven in een omgevingsplan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gepaard gaat met een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kan het college van burgemeester en wethouders besluiten dat gebouw, open erf of terrein te sluiten.
Indien herhaaldelijke overtreding van voorschriften over het gebruik van gebouwen, open erven of terreinen of het tegengaan van hinder gegeven in een omgevingsplan naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders gepaard gaat met een bedreiging van de leefbaarheid kan het college van burgemeester en wethouders besluiten dat gebouw, open erf of terrein te sluiten.
Het college van burgemeester en wethouders kan bij de sluiting, bedoeld in het eerste en tweede lid, van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
Het college van burgemeester wethouders bepaalt in het besluit, bedoeld in het eerste en tweede lid, de duur van de sluiting.