Dutch Legislation

Article 539k

in force

Criminal proceedings outside the jurisdiction of a court · Toepassing van enige bijzondere dwangmiddelen

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title VIb · Section 2 · In force since 1975-07-28

Source
1.

The detained suspect shall be released immediately after having been interrogated. He may not be held for longer than six hours for the purpose of interrogation, provided that the time between midnight and nine o'clock in the morning shall not be taken into account.

2.

Nevertheless, the suspect may be detained for longer than six hours:

a.

when an order for pre-trial detention has been issued against him and the execution thereof has been ordered, including outside the jurisdiction of a court;

b.

where he is suspected of a criminal offence for which, according to the statutory definition, a custodial sentence of four years or more is prescribed, and in respect of which an order for pre-trial detention may be issued against him.

3.

A decision to detain the suspect for longer than six hours in the case referred to in the previous paragraph under (b) shall be taken by the public prosecutor. If his actions cannot be awaited, the investigative officer, the commander, the skipper, or the captain of the aircraft in whose custody the suspect is held may also decide to do so.

1.

De aangehouden verdachte wordt, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld. Hij mag niet langer dan zes uren voor het verhoor worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt medegerekend.

2.

Niettemin kan de verdachte langer dan zes uren worden opgehouden:

a.

wanneer een bevel tot voorlopige hechtenis tegen hem is verleend en de tenuitvoerlegging daarvan, ook buiten het rechtsgebied van een rechtbank, is gelast;

b.

wanneer hij wordt verdacht van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en ter zake daarvan een bevel tot voorlopige hechtenis tegen hem kan worden verleend.

3.

Een besluit de verdachte in het in het vorige lid onder b bedoelde geval langer dan zes uren op te houden wordt genomen door de officier van justitie. Kan diens optreden niet worden afgewacht, dan kan ook de opsporingsambtenaar, de commandant, de schipper of de gezagvoerder van het luchtvaartuig, in wiens handen de verdachte zich bevindt, daartoe besluiten.