Article 482f
in forceSpecial provisions regarding the investigation of facts criminalised under the Criminal Code · Revision to the detriment of the former defendant
Pending the decision on the application for revision, the Supreme Court may, upon a written motion of the Board of Procurators General or of its own motion, issue an order for the arrest or detention of the former defendant. This order shall remain in force until sixty days after the day on which a decision has been taken on the application for revision, but may be suspended or lifted by the Supreme Court. Articles 62, 67, 67a, 69, 73 and 77 up to and including 86 shall apply mutatis mutandis, on the understanding that the order for pre-trial detention may only be issued if:
certain conduct of the suspect or certain circumstances personally concerning him reveal a serious risk of flight or
the pre-trial detention is reasonably necessary for the purpose of establishing the truth, other than by means of statements made by the former suspect.
If the application for revision is declared inadmissible or unfounded, the former suspect shall be released immediately.
If the application for revision is declared inadmissible or unfounded, the Supreme Court may, at the request of the former defendant, award him compensation to be charged to the State for the damage he has suffered as a result of the pre-trial detention undergone pursuant to the first paragraph or Article 482e. Articles 533, 534 and 536 shall apply mutatis mutandis.
Hangende de beslissing op de herzieningsaanvraag kan de Hoge Raad op schriftelijke vordering van het College van procureurs-generaal of ambtshalve een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding tegen de gewezen verdachte uitvaardigen. Dit bevel blijft van kracht tot zestig dagen na de dag waarop een beslissing is genomen op de herzieningsaanvraag, doch kan door de Hoge Raad worden geschorst of opgeheven. De artikelen 62, 67, 67a, 69, 73 en 77 tot en met 86 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevel tot voorlopige hechtenis slechts kan worden gegeven indien:
uit bepaalde gedragingen van de verdachte of uit bepaalde, hem persoonlijk betreffende omstandigheden, blijkt van een ernstig gevaar voor vlucht of
de voorlopige hechtenis in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de gewezen verdachte, aan de dag brengen van de waarheid.
Indien de herzieningsaanvraag niet ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard wordt de gewezen verdachte onverwijld in vrijheid gesteld.
Indien de herzieningsaanvraag niet ontvankelijk of ongegrond wordt verklaard kan de Hoge Raad op verzoek van de gewezen verdachte hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade welke hij ten gevolge van de krachtens het eerste lid of artikel 482e ondergane voorlopige hechtenis heeft geleden. De artikelen 533, 534 en 536 zijn van overeenkomstige toepassing.