Dutch Legislation

Article 463

in force

Special provisions for legal proceedings before the subdistrict court (kantonrechter) · Herziening ten voordele van de gewezen verdachte

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title VIII · Section 1 · In force since 2012-10-01

Source
1.

In the event that the petition referred to in Article 461 is granted, the Procurator General shall institute further investigation. If, in his opinion, any investigation by the examining magistrate (rechter-commissaris) is necessary, he may assign such investigation to the examining magistrate (rechter-commissaris) charged with the handling of criminal cases in a court that has not yet taken cognizance of the case. Article 469, paragraph 3, shall apply mutatis mutandis.

2.

If, in his judgment, the interest of further investigation so requires, the Procurator General may be assisted by an investigation team in the performance thereof.

3.

The team referred to in the second paragraph shall be composed of investigative officers who have not previously been involved in the criminal case. The team may be supplemented by members of the Public Prosecution Service or experts who have not previously been involved in the criminal case. The Board of Procurators General shall grant the Procurator General, upon their request, the necessary assistance in the establishment of the investigation team and the execution of the investigation. The members of the investigation team shall be appointed by the Procurator General.

4.

The activities of the investigation team shall be carried out under the direction and responsibility of the Procurator General. Article 111, paragraph 3, of the Judiciary Organisation Act (Wet op de rechterlijke organisatie) shall apply mutatis mutandis.

5.

If witnesses or experts are heard during the further investigation, the Procurator General or the person charged with the examination on their instructions shall invite the counsel of the former suspect to attend the examination, insofar as this is compatible with the protection of the interests referred to in Article 187d, paragraph 1. The former suspect may be given the opportunity to attend the examination. The former suspect and their counsel may submit the questions they wish to be asked. Article 187, paragraphs 2 and 3, 187b and 187d shall apply mutatis mutandis.

6.

Once the investigative acts have been completed, the documents relating thereto shall be added to the case file, and a copy of those documents shall be sent to the petitioner.

1.

In geval van toewijzing van het in artikel 461 bedoelde verzoek, stelt de procureur-generaal het nader onderzoek in. Indien daarbij naar zijn oordeel enig onderzoek door de rechter-commissaris noodzakelijk is, kan hij dat onderzoek opdragen aan de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, in een rechtbank die van de zaak nog geen kennis heeft genomen. Artikel 469, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien naar zijn oordeel het belang van het nader onderzoek dit vordert, kan de procureur-generaal zich bij het verrichten daarvan laten bijstaan door een onderzoeksteam.

3.

Het in het tweede lid bedoelde team wordt samengesteld uit opsporingsambtenaren die niet eerder bij de strafzaak betrokken zijn geweest. Het team kan worden aangevuld met leden van het openbaar ministerie of deskundigen, die niet eerder bij de strafzaak betrokken zijn geweest. Het College van procureurs-generaal verleent de procureur-generaal op diens verzoek de nodige bijstand bij de instelling van het onderzoeksteam en de uitvoering van het onderzoek. De leden van het onderzoeksteam worden benoemd door de procureur-generaal.

4.

De werkzaamheden van het onderzoeksteam geschieden onder leiding en verantwoordelijkheid van de procureur-generaal. Artikel 111, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie is van overeenkomstige toepassing.

5.

Indien tijdens het nader onderzoek getuigen of deskundigen worden gehoord, nodigt de procureur-generaal of degene die in diens opdracht met het verhoor is belast, de raadsman van gewezen verdachte tot bijwoning van het verhoor uit, voor zover dit met de bescherming van de in artikel 187d, eerste lid, vermelde belangen verenigbaar is. De gewezen verdachte kan in de gelegenheid worden gesteld het verhoor bij te wonen. De gewezen verdachte en diens raadsman kunnen de vragen opgeven die zij gesteld wensen te zien. Artikel 187, tweede en derde lid, 187b en 187d zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

Nadat de onderzoekshandelingen zijn voltooid worden de daarop betrekking hebbende stukken aan de processtukken toegevoegd en wordt aan de verzoeker een afschrift van die stukken toegezonden.