Article 366
in forceProsecution and trial of legal persons · Deliberation and judgment
The public prosecutor shall, as soon as possible, cause the judgment containing the decision of the court pursuant to Article 349, 351 or 352, paragraph 2, and which has been pronounced in the absence of the defendant, to be served upon him.
This notification shall not be made
to the defendant upon whom the summons or the notice for the further hearing following the suspension of the proceedings for an indefinite period has been served in person,
to the defendant who has been present at the hearing or at the adjourned hearing,
if otherwise a circumstance has occurred from which it follows that the date of the hearing or that of the adjourned hearing was known to the defendant in advance.
The notification shall state the court that rendered the judgment, the date of the judgment, the designation of the criminal offence with mention of the place and the time at which it is alleged to have been committed, and, insofar as stated in the judgment, the name and first names, date and place of birth, and the place of residence or actual abode of the suspect.
If the suspect does not master the Dutch language or does not master it sufficiently, he shall also be provided with a written translation of the notification in a language he understands.
De officier van justitie doet de mededeling van het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van artikel 349, 351 of 352, tweede lid, bevat en dat buiten de aanwezigheid van de verdachte is uitgesproken, zo spoedig mogelijk aan hem betekenen.
Deze mededeling wordt niet gedaan
aan de verdachte aan wie de dagvaarding of aan wie de oproeping voor de nadere terechtzitting na schorsing van het onderzoek voor onbepaalde tijd, in persoon is betekend,
aan de verdachte die op de terechtzitting of op de nadere terechtzitting aanwezig is geweest,
indien zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting dan wel die van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
De mededeling vermeldt de rechter die het vonnis heeft gewezen, de dagtekening van het vonnis, de benaming van het strafbaar feit met vermelding van de plaats en het tijdstip waarop het zou zijn begaan, en voor zoveel in het vonnis vermeld, naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, en de woon- of verblijfplaats van de verdachte.
Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem tevens een schriftelijke vertaling van de mededeling in een voor hem begrijpelijke taal verstrekt.