Article 126ue
in forceDisputes regarding jurisdiction
In a case as referred to in Article 126o, paragraph 1, the public prosecutor may, in the interest of the investigation, determine that a claim as referred to in Article 126ud, paragraph 1, directed at a person who processes data other than for personal use, may relate to data that is processed only after the time of the claim. The period over which the claim extends shall be a maximum of four weeks and may be extended by a maximum of four weeks at a time. The public prosecutor shall state this period in the claim. Articles 126nd, paragraphs 2 up to and including 4 and paragraph 7, and 126ud, paragraph 3, shall apply mutatis mutandis.
In a case as referred to in the first paragraph, the public prosecutor shall determine that the execution of the order is terminated as soon as the conditions referred to in Article 126ud, first paragraph, are no longer met. Any amendment, supplementation, extension, or termination of the order shall take place in writing. Article 126nd, fourth paragraph, shall apply mutatis mutandis.
If the interests of the investigation urgently require it, the public prosecutor may, in a case as referred to in the first paragraph, determine in the order that the person to whom the order is addressed shall provide the data immediately after processing, or provide them periodically within a certain period after processing. For this purpose, the public prosecutor requires prior written authorisation, to be granted by the examining magistrate upon his request, as well as for any amendment, supplementation, or extension of the order. Article 126l, seventh paragraph, shall apply mutatis mutandis.
In een geval als bedoeld in artikel 126o, eerste lid, kan de officier van justitie in het belang van het onderzoek bepalen dat een vordering als bedoeld in artikel 126ud, eerste lid, van degene die anders dan ten behoeve van persoonlijk gebruik gegevens verwerkt, betrekking kan hebben op gegevens die eerst na het tijdstip van de vordering worden verwerkt. De periode waarover de vordering zich uitstrekt is maximaal vier weken en kan telkens met maximaal vier weken worden verlengd. De officier van justitie vermeldt deze periode in de vordering. De artikelen 126nd, tweede tot en met vierde lid en zevende lid, en 126ud, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
In een geval als bedoeld in het eerste lid bepaalt de officier van justitie dat de uitvoering van de vordering wordt beëindigd zodra niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 126ud, eerste lid. Een wijziging, aanvulling, verlenging of beëindiging van de vordering vindt schriftelijk plaats. Artikel 126nd, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien het belang van het onderzoek dit dringend vordert, kan de officier van justitie in een geval als bedoeld in het eerste lid in de vordering bepalen dat degene tot wie de vordering is gericht de gegevens direct na de verwerking verstrekt, dan wel telkens binnen een bepaalde periode na de verwerking verstrekt. De officier van justitie behoeft hiervoor een voorafgaande schriftelijke machtiging, op zijn vordering te verlenen door de rechter-commissaris, evenals voor een wijziging, aanvulling of verlenging van de vordering. Artikel 126l, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.