Article 56b
in forceCertain special coercive measures · Aanhouding en inverzekeringstelling
If the identification of a detained suspect of a criminal offence for which pre-trial detention is not permitted cannot be completed within the time limit referred to in Article 56a, paragraph 2, that time limit may be extended once by a maximum of six hours by order of the assistant public prosecutor or the public prosecutor before whom the suspect has been brought.
The order for extension pursuant to the first paragraph shall be dated and signed. It shall contain a brief description of the criminal offence in respect of which a suspicion exists and the facts or circumstances upon which the suspicion is based.
The suspect shall be identified in the order by name or, if his name is unknown, as clearly as possible. A copy of the order shall be served upon him without delay. If the suspect does not master the Dutch language or does not master it sufficiently, the content of the order shall be communicated to him orally in a language he understands.
Indien de identificatie van de aangehouden verdachte van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten, niet binnen de in artikel 56a, tweede lid, bedoelde termijn kan worden afgerond, kan die termijn op bevel van de hulpofficier van justitie of de officier van justitie voor wie de verdachte is geleid eenmaal met ten hoogste zes uur worden verlengd.
Het bevel tot verlenging op grond van het eerste lid is gedagtekend en ondertekend. Het bevat een korte omschrijving van het strafbare feit ten aanzien waarvan een verdenking bestaat en de feiten of omstandigheden waarop de verdenking is gegrond.
De verdachte wordt in het bevel met name of, wanneer zijn naam onbekend is, zo duidelijk mogelijk aangewezen. Een afschrift van het bevel wordt hem onverwijld uitgereikt. Indien de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem de inhoud van het bevel mondeling in een voor hem begrijpelijke taal medegedeeld.