Dutch Legislation

Article 125n

in force

Certain special coercive measures · Doorzoeking ter vastlegging van gegevens

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title IV · Section 7 · In force since 2008-01-01

Source
1.

As soon as it appears that the data recorded during a search are of no significance to the investigation, they shall be destroyed.

2.

Destruction shall be effected by or at the direction of the person who recorded the data. A report of the destruction shall be drawn up, which shall be added to the case documents.

3.

The public prosecutor may determine that data, recorded during a search, may be used for:

a.

a criminal investigation other than that for which the authority was exercised;

b.

processing for the purpose of gaining insight into the involvement of persons in criminal offences and acts as referred to in Article 10, paragraph 1, points (a) and (b), of the Police Data Act (Wet politiegegevens).

4.

If application has been given to the third paragraph, point (a), the data, by way of derogation from the first paragraph, need not be destroyed until the other investigation has ended. If application has been given to the third paragraph, point (b), the data need not be destroyed until the Police Data Act (Wet politiegegevens) no longer permits the storage of the data.

1.

Zodra blijkt dat de gegevens die zijn vastgelegd tijdens een doorzoeking, van geen betekenis zijn voor het onderzoek, worden zij vernietigd.

2.

De vernietiging vindt plaats door of op last van degeen die de gegevens heeft opgenomen. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt, dat wordt toegevoegd aan de processtukken.

3.

De officier van justitie kan bepalen dat gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking, kunnen worden gebruikt voor:

a.

een ander strafrechtelijk onderzoek dan waartoe de bevoegdheid is uitgeoefend;

b.

verwerking met het oog op het verkrijgen van inzicht in de betrokkenheid van personen bij misdrijven en handelingen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet politiegegevens.

4.

Indien toepassing is gegeven aan het derde lid, onderdeel a, behoeven de gegevens, in afwijking van het eerste lid, niet te worden vernietigd totdat het andere onderzoek is geëindigd. Is toepassing gegeven aan het derde lid, onderdeel b, dan behoeven de gegevens niet te worden vernietigd, totdat de Wet politiegegevens opslag van de gegevens niet meer toestaat.