Article 195d
in forceInvestigation by the examining magistrate · Het verrichten van onderzoekshandelingen door de rechter-commissaris
The examining magistrate may, of their own motion or upon the demand of the public prosecutor, in the interest of the investigation, order that cell material be taken from a suspect of a criminal offence as described in Article 67, paragraph 1, against whom there are serious objections, for the purpose of a DNA investigation as referred to in Article 195a, paragraph 1, if the suspect refuses to provide their written consent. Articles 195a, paragraphs 2 up to and including 5, 195b and 195c shall apply mutatis mutandis.
The examining magistrate shall not issue the order until the suspect has been given the opportunity to be heard. The suspect is entitled to be assisted by legal counsel during the hearing.
The order shall be executed by taking a buccal swab. If taking a buccal swab is undesirable for specific medical reasons or due to the resistance of the suspect, or if it does not yield suitable cellular material, blood shall be drawn or hair roots shall be taken, if necessary with the assistance of the police (sterke arm). The cellular material shall be taken by a physician or a nurse. In cases to be determined by Order in Council, the cellular material may be taken by a person who meets the requirements to be set by or pursuant to an Order in Council.
The order, or the execution or further execution thereof, may be dispensed with if, in the judgment of the examining magistrate, there are compelling reasons to have the DNA analysis performed on other cellular material, or if the suspect consents in writing to the collection of cellular material. In the event of compelling reasons, the DNA analysis may be performed on cellular material from objects that have been seized from the suspect, or on cellular material that has been obtained in another manner.
Further rules regarding the manner of implementation of this article shall be laid down by or pursuant to an Order in Council. The recommendation for an Order in Council to be established pursuant to the first sentence shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.
De rechter-commissaris kan, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, in het belang van het onderzoek bevelen dat van de verdachte van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, tegen wie ernstige bezwaren bestaan, celmateriaal wordt afgenomen ten behoeve van een DNA-onderzoek als bedoeld in artikel 195a, eerste lid, indien hij zijn schriftelijke toestemming weigert. De artikelen 195a, tweede tot en met vijfde lid, 195b en 195c zijn van overeenkomstige toepassing.
De rechter-commissaris geeft het bevel niet dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld, te worden gehoord. De verdachte is bevoegd zich bij het horen door een raadsman te doen bijstaan.
Het bevel wordt ten uitvoer gelegd door afname van wangslijmvlies. Indien afname van wangslijmvlies om bijzondere geneeskundige redenen of vanwege het verzet van de verdachte onwenselijk is dan wel geen geschikt celmateriaal oplevert, wordt bloed afgenomen of worden haarwortels afgenomen, zo nodig met behulp van de sterke arm. Het celmateriaal wordt door een arts of een verpleegkundige afgenomen. In bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen kan het celmateriaal worden afgenomen door een persoon die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen.
Het bevel, onderscheidenlijk de tenuitvoerlegging dan wel de verdere tenuitvoerlegging daarvan kan achterwege blijven indien zich naar het oordeel van de rechter-commissaris zwaarwegende redenen voordoen om het DNA-onderzoek aan ander celmateriaal te laten plaatsvinden, dan wel de verdachte schriftelijk toestemt in de afname van celmateriaal. In geval van zwaarwegende redenen kan het DNA-onderzoek worden verricht aan celmateriaal op voorwerpen, die van de verdachte in beslag genomen zijn, of aan celmateriaal, dat op andere wijze verkregen is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels omtrent de wijze van uitvoering van dit artikel gegeven. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.