Article 509hh
in forceConduct instruction for the termination of serious nuisance
The public prosecutor is authorised to issue a behavioural instruction to a suspect against whom there are serious objections in the event of suspicion of a criminal offence:
whereby public order, in view of the nature of the criminal offence or the connection with other criminal offences, or the manner in which the criminal offence was committed, has been seriously disturbed, and whereby there is a great fear of recidivism, or
in connection with which there is a fear of seriously harassing conduct by the suspect towards a person or persons, or
in connection with which there is a fear of conduct by the suspect that poses a repeated danger to property, or
in connection with which there is a fear of conduct by the suspect that poses a repeated danger to the health or welfare of one or more animals.
The behavioural instruction may entail that the suspect is ordered:
not to reside in a certain area,
to refrain from contact with a specific person or specific persons,
to report at specified times to the designated investigative officer,
to be assisted by support services that may influence the commission of criminal offences by the suspect,
to keep no or fewer animals, or not to keep certain species of animals.
The behavioural instruction shall be notified to the suspect in writing, stating the date of commencement and the period during which the behavioural instruction remains in force, as well as the reasons that have led to the behavioural instruction.
The behavioral instruction shall remain in effect for a maximum of 90 days or, if this concerns a shorter period, until the judgment rendered in respect of the criminal offense has become irrevocable. If an irrevocable judgment is not obtained in time, the behavioral instruction may be extended a maximum of three times for a period of no more than 90 days. Extension is not possible if no prosecution has been instituted against the suspect. The court before which the suspect has been summoned to appear may amend the behavioral instruction. The court may lift the behavioral instruction if it is of the opinion that the conditions for issuing the behavioral instruction, as set out in the first paragraph, are not or are no longer being met.
The suspect may lodge an appeal against the behavioural instruction and any extension thereof with the court, which shall decide as soon as possible. The suspect may be assisted by legal counsel.
The public prosecutor shall amend or revoke the behavioural instruction if new facts or circumstances give cause to do so.
De officier van justitie is bevoegd de verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan een gedragsaanwijzing te geven in geval van verdenking van een strafbaar feit:
waardoor de openbare orde, gelet op de aard van het strafbare feit of de samenhang met andere strafbare feiten, dan wel de wijze waarop het strafbare feit is gepleegd, ernstig is verstoord, en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat, dan wel
in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen, dan wel
in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert, dan wel
in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren oplevert.
De gedragsaanwijzing kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:
zich niet op te houden in een bepaald gebied,
zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,
zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar,
zich te doen begeleiden bij hulpverlening die van invloed kan zijn op het plegen van strafbare feiten door de verdachte,
geen of minder dieren te houden, dan wel bepaalde diersoorten niet te houden.
De gedragsaanwijzing wordt schriftelijk aan de verdachte bekend gemaakt, onder vermelding van de datum van ingang en de periode gedurende welke de gedragsaanwijzing van kracht blijft, alsmede de redenen die tot de gedragsaanwijzing hebben geleid.
De gedragsaanwijzing blijft maximaal 90 dagen van kracht dan wel, indien dit een kortere periode betreft, totdat het ter zake van het strafbare feit gewezen vonnis onherroepelijk is geworden. Wordt niet tijdig een onherroepelijk vonnis verkregen, dan kan de gedragsaanwijzing maximaal drie keer worden verlengd met een periode van maximaal 90 dagen. Verlenging is niet mogelijk indien tegen de verdachte geen vervolging is ingesteld. De rechter voor wie de verdachte gedagvaard is te verschijnen, kan de gedragsaanwijzing wijzigen. De rechter kan de gedragsaanwijzing opheffen indien hij van oordeel is dat niet of niet langer wordt voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden voor het geven van de gedragsaanwijzing.
De verdachte kan tegen de gedragsaanwijzing en een verlenging daarvan in beroep komen bij de rechtbank, die zo spoedig mogelijk beslist. De verdachte kan zich door een raadsman laten bijstaan.
De officier van justitie wijzigt de gedragsaanwijzing of trekt die in indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven.