Dutch Legislation

Article 5.7.3

in force

Mutual recognition and enforcement of orders concerning pre-trial detention between the Member States of the European Union · Algemene bepalingen

Code of Criminal Procedure (Sv) · Title 7 · Section 1 · In force since 2018-07-01

Source
1.

Supervision decisions are eligible for recognition and enforcement in the Netherlands or for transmission to another Member State of the European Union, insofar as one or more of the following supervision measures have been imposed therein:

a.

the obligation to notify a specific authority of any change of residence or place of abode;

b.

the prohibition to enter certain locations, places or demarcated areas;

c.

the order to be present at a specific location at specific times or during a specific period;

d.

the restriction of the right to leave the executing Member State;

e.

the obligation to report to a specific authority at specific times;

f.

the prohibition to establish or to have established contact with certain persons or institutions;

g.

other supervisory measures the compliance with which the executing Member State is prepared to monitor.

2.

Supervisory measures as referred to in the first paragraph, under (g), may be designated by Order in Council, insofar as it concerns the Netherlands as the executing Member State.

1.

Vatbaar voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland dan wel toezending aan een andere lidstaat van de Europese Unie zijn toezichtbeslissingen, voor zover daarbij een of meer van de volgende toezichtmaatregelen zijn opgelegd:

a.

het gebod een bepaalde autoriteit in kennis te stellen van elke wijziging van woon- of verblijfplaats;

b.

het verbod bepaalde locaties, plaatsen of afgebakende gebieden te betreden;

c.

het gebod op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn;

d.

de beperking van het recht om de uitvoerende lidstaat te verlaten;

e.

het gebod zich op bepaalde tijdstippen bij een bepaalde instantie te melden;

f.

het verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;

g.

andere toezichtmaatregelen op de naleving waarvan de uitvoerende lidstaat bereid is toe te zien.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen toezichtmaatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder g, worden aangewezen, voor zover het Nederland als uitvoerende lidstaat betreft.