Article 6:6:6:26
in forceObligations from a source other than tort or contract
The court may, upon the claim of the Public Prosecution Service, or upon a written and reasoned petition of the convicted person or of an aggrieved third party, reduce or remit the amount determined in the imposed obligation to pay a sum of money to the State for the deprivation of unlawfully obtained benefits. If the amount has already been paid or recovered, the court may order that it shall be refunded in whole or in part, or paid out to a third party designated by it. The order shall not prejudice anyone's right to the refunded or paid-out amount.
If it appears that a higher amount has been determined than the sum of the actual benefit, the court shall issue an order for a reduction or restitution, at least equal to the difference.
The Public Prosecution Service and the suspect, or the injured third party respectively, shall be heard, or at least summoned for this purpose, unless – in the case of a second or subsequent petition by the suspect or the injured third party respectively – this petition is manifestly unfounded.
The claim and the petition referred to in the first paragraph can no longer be made after three years have elapsed since the day on which the amount, or the final part thereof, was paid or recovered.
The court may, of its own motion, order that the measure shall not be executed pending its decision. The order shall be brought to the attention of Our Minister without delay.
De rechter kan op vordering van het openbaar ministerie, of op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de veroordeelde of van een benadeelde derde, het in de opgelegde verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vastgestelde bedrag verminderen of kwijtschelden. Is het bedrag reeds betaald of verhaald, dan kan de rechter bevelen dat het geheel of gedeeltelijk zal worden teruggegeven of aan een door hem aangewezen derde zal worden uitgekeerd. Het bevel laat ieders recht op het teruggegeven of uitgekeerde bedrag onverlet.
Indien blijkt dat een hoger bedrag is vastgesteld dan de som van het werkelijke voordeel, geeft de rechter een beschikking strekkende tot vermindering of teruggave, ten minste gelijk aan het verschil.
Het openbaar ministerie en de verdachte onderscheidenlijk de benadeelde derde worden gehoord, althans hiertoe opgeroepen, tenzij – bij een tweede of volgende verzoek van de verdachte onderscheidenlijk de benadeelde derde – dit verzoek kennelijk ongegrond is.
De vordering en het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kunnen niet meer worden gedaan nadat drie jaren zijn verstreken sedert de dag waarop het bedrag, of het laatste gedeelte daarvan, is betaald of verhaald.
De rechter kan ambtshalve bevelen dat de maatregel, hangende zijn beslissing, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Het bevel wordt onverwijld ter kennis gebracht van Onze Minister.